IMG_3004Als iemand iets slechts doet vinden we die persoon waarschijnlijk minder aardig dan wanneer iemand iets goeds doet. Maar wat als iemand iets slechts overkomt of iets goeds overkomt? Vinden we de persoon die geluk had ook aardiger dan de persoon die pech had? Deze vragen onderzochten Olson et al bij jonge kinderen (circa 6 jaar oud). De kinderen kregen vier scenario’s voorgelegd. In twee scenario’s was sprake van intentioneel gedrag van een ander kind. Het kind hielp een docent (positief gedrag) of het kind loog tegen zijn moeder (negatief gedrag). In twee andere scenario’s was sprake van iets dat het kind overkwam. Het kind vond geld op straat (geluk) of het de sportwedstrijd van het kind viel in het water vanwege regen (pech). De kinderen werd gevraagd hoe aardig ze de vier kinderen in de vier verschillende scenario’s vonden. Niet verrassend vonden de kinderen het kind dat de docent hielp aardiger dan het kind dat loog tegen zijn moeder. Maar dezelfde voorkeur hadden de kinderen voor het kind dat geluk had ten opzichte van het kind dat pech had. De kinderen vonden het kind dat intentioneel slecht gedrag vertoonde wel minder aardig dan het kind dat pech had, maar bij het kind dat intentioneel goed gedrag vertoonde of geluk had was er slechts een marginaal verschil in hoeveel aardiger de kinderen hem vonden.

De onderzoekers vroegen zich af of deze voorkeuren voor geluksvogels ook impact had op hoe aardig de kinderen de leden van de hele sociale groep vonden, waar de geluksvogels of pechvogels toe behoorden. Dus vinden kinderen van 6 iemand die tot een sociale groep behoort waar geluksvogels in zitten aardiger dan iemand die tot een sociale groep behoort waar pechvogels in zitten? Dat bleek inderdaad zo te zijn. In het onderzoek werd de suggestie gewekt van een sociale groep door een aantal kinderen de ene kleur T-shirt te geven en een aantal kinderen een andere kleur T-shirt. Vervolgens werd informatie verschaft over de kinderen in de ene T-shirt groep (korte beschrijvingen van hoe een kind met dat T-shirt geluk had gehad) en in de andere T-shirt groep (korte beschrijvingen van hoe een kind met dat T-shirt pech had gehad). Daarna werd gevraagd hoe aardig de kinderen iemand vonden waarbij geen beschrijving van die persoon werd gegeven, maar alleen werd verteld bij welke groep hij hoorde (op basis van T-shirt kleur). De kinderen vonden de persoon die behoorde tot de geluksvogelgroep aardiger dan de persoon die behoorde tot de pechvogelgroep.

Jonge kinderen hebben een voorkeur voor mensen die geluk hebben en generaliseren deze voorkeur voor de individuen die tot dezelfde sociale groep behoren als de individuele geluksvogel. In onze samenleving zijn er sociale ongelijkheden, die vaak veroorzaakt worden door geluk of pech. Dit onderzoek zet je aan het denken hoe we geneigd zijn die sociale ongelijkheid te percipiëren. Mensen die pech hebben vinden we minder aardig dan mensen die geluk hebben en negativiteit ten aanzien van sociaal minder bedeelden zou een factor kunnen zijn waardoor de sociale ongelijkheid in stand gehouden blijft.