In dit artikel schreef ik over onze neiging om onze acties af te stemmen op de acties die anderen in ons team ondernemen en om de betekenis die we geven aan de acties van onszelf en anderen te zien in het licht van een progressiefocus of een commitment focus. Een tweede interessant aspect in Fishbachs artikel is de neiging van mensen om hun voorkeuren en acties af te stemmen op die van anderen.

Conformisme

In groepen is sprake van conformisme, dat wil zeggen dat mensen geneigd zijn om zich te conformeren aan de groepsnorm. Die neiging tot conformisme heeft sociale voordelen, als je namelijk doet wat de groep goed vindt dan word je geaccepteerd en gewaardeerd door de anderen en als je niet doet wat de groep goed vindt dan krijg je afkeuring en uitsluiting. Daarnaast gebruiken mensen de groepsnorm ook als informatie over wat goed is (de wijsheid van de groep). Zo zijn mensen ook geneigd om informatie die iemand anders in de groep al heeft, niet ook zelf te gaan bestuderen. ‘De groep’ beschikt dan immers al over de kennis.

Variëteit

Maar mensen conformeren zich niet altijd aan wat de groep doet, zij ondernemen soms ook aanvullende acties en hebben aanvullende voorkeuren. Conformistisch gedrag heeft tot doel om consistent te zijn met de groepsnorm en aanvullend gedrag heeft tot doel om variëteit aan te brengen in de groep.

Voorkeur of actie

Nu blijkt er onderscheid te zijn tussen voorkeuren en acties. Dus mensen zijn geneigd om de voorkeuren van belangrijke anderen over te nemen en zich daaraan te conformeren, maar als het gaat om daadwerkelijk actie ondernemen dan zijn mensen geneigd om een aanvullende actie op de ander te ondernemen in plaats van hetzelfde te doen.

Als mensen horen welke voorkeuren andere mensen (die belangrijk voor ze zijn) hebben, dan zijn ze geneigd om aan te geven dat ze die voorkeur delen. Maar als mensen horen welke actie anderen mensen (die belangrijk voor ze zijn) hebben ondernomen, dan zijn ze geneigd om een ‘aanvullende’ actie te ondernemen en juist niet precies hetzelfde te doen als de ander al heeft gedaan.

Mijn vriend weet hoe het smaakt, dus ik ook

Een voorbeeld gebaseerd op een van de experimenten van Fishbach. Als je vriend mag kiezen tussen twee snoepjes (zeg blauw en geel) en hij kiest het blauwe snoepje maar hij eet het niet op (alleen voorkeur uitspreken) dan ben jij geneigd om ook de voorkeur te geven aan het blauwe snoepje. Maar als je vriend het blauwe snoepje kiest en het ook opeet, ben jij meer geneigd om het gele snoepje te proeven. Je hebt namelijk het grappige idee dat jij het blauwe snoepje ook al hebt geproefd omdat je vriend het al heeft gegeten en het proeven van het gele snoepje is complementair op de acties van je vriend.

Ik geef de voorkeur aan stemmen boven niet stemmen

Dus, als je graag wilt dat iemand anders gaat stemmen, dan werkt het beter om te zeggen dat je zelf de voorkeur hebt om te gaan stemmen, dan dat je zegt dat je al hebt gestemd.