Als je iets aan het doen bent waar je helemaal achter staat, dan ben je autonoom gemotiveerd voor die activiteit. Dat heeft allerlei voordelen. In de onderstaande tabel staan een paar verschillen tussen autonome motivatie en gecontroleerde motivatie samengevat. Bij autonome motivatie ben je geïnteresseerd in de activiteit en/of vind je de activiteit belangrijk en waardevol. Bij gecontroleerde motivatie doe je de activiteit vanwege interne druk (je eigenwaarde hangt af van het goed doen van de activiteit) of externe druk (er staat een straf of beloning op het spel).

tabel

Je kunt in meerdere of mindere mate autonoom of gecontroleerd gemotiveerd zijn voor een activiteit. En tijdens het doen van de activiteit kan je autonome motivatie fluctueren, afhankelijk van subtiele dingen die gedaan of gezegd worden. Als je gefocust bezig bent met het bestuderen van een boek en je docent loopt langs en zegt:”Goed zo, je werkt zoals ik van je verwacht had”, dan voelt het opeens alsof je het boek aan het bestuderen bent voor de docent in plaats van omdat je het zelf interessant en belangrijk vindt. Je motivatie wordt even wat gecontroleerder.

Naast deze fluctuaties in je motivatie gedurende het doen van een activiteit, kun je ook uitzoomen naar hoe je in het algemeen leeft. Sommige mensen functioneren autonomer dan andere mensen. Als iemand over het algemeen autonoom functioneert, dan maakt hij over het algemeen levenskeuzes waar hij helemaal achter staat.

Wat kun je zelf doen om meer autonoom te functioneren en leven?

1. Herken waar je interesses liggen.
2. Weet wat je belangrijke waarden zijn en vertaal deze waarden naar dagelijkse keuzes voor wat je wel en niet doet.
3. Zeg ‘nee’ tegen dingen waar je niet achter staat en/of…
4. …zorg dat je ‘ja’ kunt gaan zeggen tegen dingen die van je verwacht worden, terwijl je ze nu niet interessant of belangrijk vindt.
5. Accepteer dat je keuzes niet door iedereen goedgekeurd zullen worden.