practiceHet boek The practice of practice van Jonathan Harnum is een interessant boek voor iedereen die goed wil leren oefenen. Hoewel Harnum inzoomt op muzikale vaardigheden, is zijn beschrijving van effectief oefenen net zo relevant voor andere vaardigheden. Het boek bestaat uit twee delen. In het eerste deel wordt de theorie van deliberate practice op een praktische manier behandeld. Deel 2 bevat praktische tips van experts. Harnum benadrukt het belang van langzaam oefenen, zo langzaam dat je het in 1 keer goed doet. Het voordeel daarvan is dat je direct de juiste myelinevorming in gang zet. Myelinevorming vindt immers plaats ongeacht of wat je leert goed of fout is. Als je heel vaak dezelfde fouten maakt, raken die net zo goed geautomatiseerd als wanneer je heel vaak het goede doet.Harnum schrijft ook over plezier en flow en deliberate practice. Hij is van mening dat plezier wel degelijk heel goed mogelijk is als je aan deliberate practice doet. Ik onderschrijf zijn mening. Waarom?

Omdat je bij deliberate practice het niveau opzoekt dat je moeilijk vindt en je steeds inzoomt op het verbeteren van je fouten, is het logisch dat een zeker oncomfortabel gevoel om de hoek komt kijken. Je confronteert jezelf met je eigen incompetentie en dat voelt niet prettig.

Toch is het mogelijk om plezier te beleven aan deliberate practice, zowel tijdens de sessie als achteraf. Of je dat plezier ervaart hangt af van de betekenis die je geeft aan je fouten, je incompetentie en je oncomfortabele gevoel.

Immers als je je fouten en incompetentie en oncomfortabele gevoel ziet als teken dat er iets mis gaat, dan is deliberate practice zowel tijdens het doen ervan als na afloop geen plezierige ervaring. Misschien heb je onbewust de overtuiging dat leren en ontwikkelen leuk hoort te zijn en dat je vooral veel complimenten hoort te krijgen. Of misschien heb je (onbewust) de overtuiging dat je je op je sterktes moet richten in plaats van op het verbeteren van je zwaktes. Of misschien heb je een statische mindset over wat je aan het leren bent en heb je dus de overtuiging dat alles wat je nu fout doet onveranderbaar is omdat je er geen talent voor hebt. Maar zelfs als je er helemaal achter staat dat iemand je op je fouten wijst en je een groeimindset hebt ten aanzien van wat je aan het leren bent, dan nog kan je behoorlijk gefrustreerd raken als het je steeds maar niet lukt om je fouten te verbeteren. Hoe is het dan wel mogelijk om plezier te hebben tijdens deliberate practice?

Paradoxaal genoeg is het mogelijk plezier te beleven als je je oncomfortabele gevoel verwelkomt als iets goeds. Ah, ik voel me oncomfortabel, ik ben dus op het goede niveau aan het oefenen! Nu ben ik aan het leren, hier kom ik echt snel mee vooruit. Wat ga ik hier een boel aan hebben als ik later echt dat moeilijke gesprek moet doen’. Als je je fouten en incompetentie en het oncomfortabele gevoel de betekenis geeft van ‘ik ben op precies het juiste niveau aan het oefenen, hier leer ik het meest effectief van!’ dan ervaar je de deliberate practice sessie als geheel als veel prettiger. Dan is elke feedback welkom. Dan realiseer je je dat je het niet moeilijk genoeg maakt voor jezelf wanneer je geen fouten maakt, dat je alleen aan het doen bent wat je al kunt, en dus schroef je liever de moeilijkheidsgraad wat op.

Flow, dus een staat waarin je je besef van tijd en van jezelf totaal verliest omdat je helemaal genietend opgaat in de activiteit, zal je niet ervaren tijdens deliberate practice (daar is het te moeilijk voor), maar plezier kan wel degelijk.