Groepsbeslissingen reflecteren hoe groepen de beschikbare informatie op groepsniveau hebben verwerkt en benut. Het draait dan om zowel informatie delen als om informatie benutten. Informatie delen betreft het samenvoegen van alle informatiebronnen waar de groep als geheel over beschikt. Dat kan informatie zijn die al bekend is bij de hele groep als ook informatie die bekend is bij een deel of enkele groepsleden. Nog ongedeelde informatie is het sleutelelement dat groepen in staat stelt om superieure beslissingen te nemen, mits die ongedeelde informatie gedeeld wordt. Een paar mechanismen zijn in dit licht interessant om te kennen:

  1. Informatie-sampling bias: groepsleden zijn meer geneigd om informatie die al bij iedereen bekend is te bespreken en opnieuw te delen dan informatie die nog niet bij iedereen bekend is. Dat komt niet alleen omdat informatie die al bij iedereen bekend is grotere kans heeft genoemd te worden (in een groep van 3 personen waarbij alle drie bepaalde info hebben en slechts 1 bepaalde andere info heeft, kan de info die bij alle drie bekend is door drie personen naar voren worden gebracht terwijl de info die bij 1 persoon bekend is maar door 1 persoon naar voren kan worden gebracht). Daarnaast voelt de informatie die al bij iedereen bekend is als belangrijker, omdat iedereen de info al kent.
  2. Ownership bias:mensen waarderen hun eigen informatie hoger dan informatie van anderen. Als groepsleden informatie delen die nog onbekend was bij de anderen schatten ze die info als waardevoller in dan wanneer een ander groepslid info deelt die nog niet bekend was bij de anderen. Als je mensen na afloop vraagt welke bijdrage het meest waardevol was, zijn ze geneigd hun eigen aangedragen info als belangrijker in te schatten dan de info van de anderen.
  3. Preference effect: mensen waarderen informatie die consistent is met hun initiele voorkeur meer dan informatie die tegestrijdig is aan hun initiele voorkeur. (Dit wordt ook wel de confirmation bias genoemd).

Wat kun je doen om de groep te faciliteren optimaal gebruik te maken van alle beschikbare informatie en te komen tot intelligente groepsbeslissingen?

Samenwerkingsdoel aanreiken

Het type context dat je creeert kan de bovengenoemde biases en effecten versterken of juist verzwakken. Als je een groep vertelt dat het doel van de taak is om individueel tot de beste afwegingen te komen, dan wakkert dit competitie aan en neemt de bereidheid om informatie te delen die nog onbekend is bij de rest van de groep af. Als je de groep een groepsdoel aanreikt (het doel is om als groep de beste beslissing te nemen), dan wakker je de bereidheid om informatie die nog relatief onbekend is te delen met de andere groepsleden.

Gevaarlijk is het om experts een groepstaak te laten doen in een competitieve setting, omdat een expert wiens status en positie afhangt van hoe hij presteert in vergelijking tot collega’s ertoe leidt dat die expert (met veel waardevolle informatie) misleidende informatie geneigd is te geven aan zijn minder competente collega’s. Hij wil immers zijn hoge status niet kwijt. Groepsleden die worden aangeduid als experts, zijn zelfs nog minder geneigd onbekende info te delen dan groepsleden die niet zijn gelabeld als experts.

Het blijkt ook dat het creeren van een competitieve setting, het preference effect én het ownership effect versterkt. Dus als mensen concurreren met anderen zijn ze nog meer geneigd om informatie die in lijn is met hun initiele voorkeur meer te waarderen dan informatie die daarmee in tegenspraak is. En als mensen concurreren met anderen zijn ze nog meer geneigd de informatie die ze zelf naar voren brengen als waardevoller te zien dan de informatie die anderen naar voren brengen.

Mastery doel aanreiken

Als je een groep vertelt dat het doel is dat ieder een bepaald hoog prestatieniveau behaalt (performance-approach goal), worden de groepsleden minder open naar de anderen toe om informatie te delen. Als je een mastery doel aanreikt (het doel is om deze taak goed uit te voeren), dan zijn de participanten meer bereid om informatie te delen met anderen. Het preference effect en het ownership effect zijn ook minder sterk aanwezig, omdat de mastery doelen de focus leggen op de kwaliteit van de beslissing en de uitvoering van de taak in plaats van op de hoge score en op het aftroeven van een andere persoon.

Parallel activeren

De progressiegerichte aanpak maakt veelvuldig gebruik van parallelliseren (iedereen tegelijk actief, in plaats van serieel mensen aan het woord te laten). Door in groepssessies iedereen tegelijk actief te laten zijn met het produceren van input (bijvoorbeeld door een progressiegerichte vraag te stellen en iedereen zijn antwoord te laten opschrijven op een Post-it), heb je meer kans dat er grote diversiteit aan informatie wordt gedeeld.