Mensen kunnen vaak prima onder woorden brengen wat er fout gaat, wat negatief is en wat ze niet willen. In een progressiegerichte interactie is dat geen enkel bochtprobleem. Door uiting te geven aan wat er mis is en waar iemand van af wil, laat die persoon merken energie voor verbetering te hebben. Als iemand flink klaagt over zijn huidige omstandigheden laat die persoon merken hoe belangrijk het voor hem is om ervan af te komen. Ombuigen is een progressiegerichte interventie waarmee je je gesprekspartner helpt om zijn negatieve energie te transformeren in energie voor verbetering. Net als bij de andere interventies erken je eerst het perspectief van de persoon voordat je je ombuigingsinterventie benut. Zonder die erkenning gaat de persoon hoogstwaarschijnlijk niet nadenken over je ombuigingsvraag en gaat hij zijn klachten herhalen. Met die erkenning voor zijn perspectief staat hij wel open voor je ombuigingsvraag en zo help je de ander om te gaan formuleren wat het positieve is waar hij op uit is en wat hij in de plaats wil van de huidige negatieve situatie. Een voorbeeld om dit te verduidelijken.

Stel dat je gesprekspartner enorm baalt van zijn eigen chaotische werkhouding. Je gesprekspartner zegt:”Ik heb zo’n last van mijn eigen chaotische gedoe. Om een voorbeeld te geven: “Dan heb ik een duidelijk deadline om het verslag maandag om 12 uur af te hebben, moet ik er om vijf voor twaalf nog aan gaan beginnen terwijl ik ook een lunchafspraak met een cliënt heb!” Ombuigen in combinatie met erkennen klinkt dan zo:”Hmm, dus je hebt echt last van je huidige werkhouding…dat lijkt me vervelend voor je.. Hoe zou je willen dat je werkhouding zou zijn?” Via deze ombuigingsvraag gaat iemand het positieve waar hij op uit is beschrijven, in plaats van het negatieve waar hij van af wil.

Dit ombuigen is een basisinterventie omdat het bijzonder frequent voorkomt dat mensen negatieve antwoorden geven op een vraag die ze wordt gesteld. Dat is logisch, want mensen contrasteren in hun hoofd dat wat ze zouden willen dat er was met dat wat ze nu ervaren dat er is. En zeker als het over problemen gaat, is dat wat er nu is negatief. Dus is het normaal dat mensen in eerste instantie met negatieve formuleringen komen op je progressiegerichte vragen. Telkens als je zo’n negatieve formulering hoort, kun je ervoor kiezen om je gesprekspartner te helpen om van de negatieve formuleringen positieve formuleringen te maken.

Voorbeelden van ombuigformuleringen zijn:
• Begrijpelijk dat je dat niet meer wilt…wat zou je ervoor in de plaats willen?
• Logisch dat je daar last van hebt…hoe zou je willen dat het zou zijn?
• Natuurlijk is dat niet wat je wilt….wat wil je wel?
• Ah, dus dat is waar je graag van af zou willen….wat is daar zo belangrijk aan voor je?
• Ik begrijp dat je het daar helemaal niet mee eens bent….waar pleit je voor?