Fig-4-Meta-analysis-of-Studies-1-2-and-3-Notes-All-coefficients-were-standardized-andIs het zo dat als je gecontroleerd gemotiveerd bent of niet gemotiveerd bent voor een activiteit, dit gepaard gaat met negatieve gevoelens omtrent de taak? En als je autonoom gemotiveerd bent, gaat dat dan samen met positieve gevoelens omtrent de taak? Positieve emoties leiden ertoe dat de kwaliteit van je aandacht voor de taak verbetert en dat je denk-actie-repertoire uitgebreid wordt en dat je creatiever wordt. Negatieve emoties tijdens het doen van een activiteit vernauwen je denk-actie-repertoire en je krijgt een tunnelvisie (Fredrickson, 2001). Omdat dit een duidelijk verband is tussen je gevoelens omtrent een taak en je prestaties, is het interessant om te onderzoeken of die gevoelens een medierende factor spelen tussen de kwaliteit van je motivatie en je performance.  Dus, is het zo dat autonome motivatie een voorspeller is van positief affect en gecontroleerde motivatie of amotivatie een voorspeller van negatief affect? Dat onderzochten Gillet et al in drie studies, twee correlationeel en een experimenteel van opzet.

In de eerste studie losten respondenten anagrammen op en daarna werd hun motivatie voor het oplossen van anagrammen gemeten. De respondenten die autonoom gemotiveerd waren (ze vonden de anagrammen interessant of ze vonden het belangrijk om de anagrammen taak goed te doen) rapporteerden positieve gevoelens te hebben over de taak en presteerden goed. De respondenten die gecontroleerd gemotiveerd waren (ze ervoeren druk om de anagrammen te maken) ervoeren negatieve emoties, en presteerden slechter (een significant maar minder sterke correlatie dan bij de autonoom gemotiveerde respondenten).

In de tweede studie keken de onderzoekers of de globale motivatie van respondenten een effect had op hun motivatie voor de betreffende taak. Globale motivatie verwijst naar de gebruikelijke manier waarop mensen hun gedrag reguleren. Sommige mensen functioneren over het algemeen meer autonoom en anderen meer gecontroleerd. De meeste studies hebben gekeken naar hoe de kwaliteit van motivatie voor een specifieke taak gegeneraliseerd kan worden en bijdraagt aan een globale motivatie. Maar deze studie bekeek het andersom: heeft de globale motivatie van de persoon een effect op de situationele motivatie? Het bleek dat globale autonome motivatie een indirect effect had op performance. Er was geen direct effect van globale motivatie op affect en ook geen direct effect van situationele motivatie op performance. Situationele autonome motivatie speelde een medierende rol tussen globale autonome motivatie en positief affect. Globale gecontroleerde motivatie speelde een medierende rol tussen situationele gecontroleerde motivatie en negatief affect. Hetzelfde gold voor amotivatie. Individuele globale motivatie heeft dus een invloed op situationele motivatie. Als je over het algemeen autonoom functioneert, zul je voor een specifieke taak ook eerder op een autonoom gemotiveerde manier je gedrag reguleren. Als je over het algemeen gecontroleerd gemotiveerd functioneert, dan zul je voor een specifieke taak ook eerder op een gecontroleerde manier je gedrag reguleren.

In studie drie was sprake van een experiment. In dit experiment werd autonome motivatie of gecontroleerde motivatie en amotivatie opgeroepen voordat de respondenten anagrammen oplosten. Het bleek dat als autonome motivatie was opgeroepen, de respondenten positievere gevoelens hadden omtrent de taak en beter presteerden, en minder gecontroleerd gemotiveerd waren en minder negatieve gevoelens hadden.

Uit de drie studies blijkt dat dit de volgorde van het effect is: autonome motivatie leidt tot positief affect leidt tot goede performance en gecontroleerde motivatie of amotivatie leidt tot negatief affect en leidt tot minder goede performance.