Cordelia Fine’s nieuwe boek is verschenen, Testosterone Rex, myths of sex, science and society. Haar boek is heel goed geschreven, elke redenering wordt rustig en genuanceerd uiteengezet, met humor en sterke onderbouwingen.

Categorie-denken strookt niet met de werkelijkheid

Het centrale idee in dit boek is wat mij betreft het mozaiek-denken in plaats van het categorie-denken als het gaat om sekse. Het mozaiek-denken over sekse betekent dat we erkennen dat het denken in termen van twee categorieën ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’ niet strookt met de werkelijkheid. Hoezo niet? Natuurlijk is het zo dat over het algemeen we aan de genitaliën kunnen zien of iemand van het mannelijke of vrouwelijke geslacht is, maar daarin zijn veel tussenvormen en we kunnen een groot deel van de mensen niet goed indelen in mannelijk of vrouwelijk op basis van hun geslachtsorganen. Er zijn dus al vraagtekens te stellen bij die vorm van categorie-denken: is het een jongen of is het een meisje. Maar grofweg is het natuurlijk zo dat we snel kunnen herkennen aan het lichaam van een baby of dit kind van de XX of van de XY categorie is en dat de kans dat iemand die ‘s ochtends wakker werd met mannelijke geslachtsorganen ‘s avonds met diezelfde organen gaat slapen.

Wat echter niet zo is, is dat het verschil in mannelijk of vrouwelijke genitaliën ook betekent dat er iets bestaat als een rechtstreekse relatie tussen geslachtsorganen en een mannelijk of vrouwelijk brein. En daarnaast is het niet zo dat hormonen in het brein automatisch leiden tot mannelijk gedrag of vrouwelijk gedrag. Categorie-denken (mannelijk of vrouwelijk) als het gaat om het menselijk brein en menselijk gedrag klopt niet met de werkelijkheid.

Testosteron Rex

Steeds vaker wordt de visie naar voren gebracht dat het dan misschien wel niet zo’n welkome boodschap is, maar dat de waarheid gezegd moet worden: er zijn fundamentele verschillen tussen mannen en vrouwen, die evolutionair verklaard kunnen worden. En die verschillen zorgen ervoor dat mannen een ander brein hebben dan vrouwen en daarom gedragen mannen zich mannelijk en vrouwen zich vrouwelijk. En al die verschillen hebben een duidelijke oorzaak. De belangrijkste factor die maakt dan mannen zus zijn en vrouwen zo, is testosteron. Testosteron maakt mannen competitief, risico-nemend, ambitieus, agressief en gericht op zoveel mogelijk seks met zoveel mogelijk vrouwen. Testosteron Rex, noemt Fine deze theorie. In haar boek haalt ze deze theorie stap voor stap onderuit.

Evolutie is juist de reden waarom Testosteron Rex niet klopt

In hoofdstuk 1 beschrijft Fine dat de Testosteron Rex visie niet klopt, juist vanwege de kennis die we hebben over evolutie. De dynamiek van natuurlijke selectie, de effecten van sekse op het brein en op gedrag en de relatie tussen testosteron en gedrag, en de link tussen ons evolutionaire verleden en onze mogelijke toekomsten ondermijnen allemaal de testosteron rex visie. Natuurlijke selectie vormde ons brein, zowel als onze lichamen. En die kennis over evolutie laat zien dat het universele principe van laag investerende mannetjes dieren vechten om hoog investerende vrouwtjes dieren niet klopt.

Promiscue vrouwtjes en selectieve mannetjes

Darwins theorie van natuurlijke selectie houdt het proces in, waarin de frequentie van verschillende versies van een erfelijke eigenschap door de tijd heen verandert, omdat sommige variaties van eigenschappen leiden tot groter reproductiesucces dan andere.

Onderzoek van Baterman vormde lange tijd de basis van de gedachte dat het voor reproductiesucces voor mannetjes dieren goed was om met zoveel mogelijk vrouwtjes te paren terwijl dat voor vrouwtjes niet het geval was en vrouwtjes beter af waren als ze selectief waren ten aanzien van het mannetje waarmee ze paarden.

Echter, deze conclusies waren eerder het gevolg van wat Baterman zelf graag wilde geloven dan wat zijn eigen studies aantoonden. Want waar studie 1 en 2 inderdaad wezen in de richting van promiscue mannetjes en kieskeurige vrouwtjes, toonden studie 3 tot en met 6 juist aan dat het de promiscue vrouwtjes waren die de beste reproductieresultaten hadden. In 2012 kwamen er een lange lijst met onderzoeken die aantoonden dat vrouwelijke promiscuïteit de beste kans had op reproductiesucces.

Dit verklaart waarom, hoewel lange tijd werd gedacht dat mannen promiscue waren vanwege evolutionaire redenen en vrouwen juist kieskeurig waren om dezelfde redenen, in het dierenrijk zo vaak promiscue vrouwtjes te zien zijn. En in vele diersoorten waarin ons werd verteld dat 1 mannetje de vader was van alle nageslacht van alle vrouwtjes om hem heen, laat vaderschapstests zien dat er veel meer vaders dan moeders waren (dit kan omdat bij bijvoorbeeld de specifieke zogenaamd monogame vogels waar het om ging eitjes bevrucht kunnen worden door meer dan 1 mannetje). Hetzelfde geldt voor bepaalde vrouwtjes leeuwen, die als ze vruchtbaar zijn wel 100 keer per dag paren met meerdere mannetjesleeuwen.

Naast de mythe van de vrouwelijke monogamie en de mannelijke promiscuïteit, is er de mythe dat alleen mannelijke competitie bestaat. Dit is niet het geval, ook vrouwtjes zijn sterk competitief als het gaat om het paren met mannetjes. De status van het vrouwtje in de groep waartoe ze behoort heeft sterke repercussies voor haar reproductieve succes. Bij primates, bjvoorbeeld hebben vrouwtjes die laag in ranking staan en in de omgeving zijn van vrouwtjes die hoog in ranking staan minder vaak een eisprong of ze worden zo lastig gevallen door vrouwtjes hoger in rang dat ze spontane abortussen krijgen.

Veel variatie in sekserollen in het dierenrijk

Dus noch promiscuïteit noch competitie zijn voorbehouden aan het mannelijk geslacht in het dierenrijk. En daarnaast loont het voor mannetjes ook om selectief te zijn. Het sperma van mannetjes is namelijk niet onuitputtelijk en elke keer dat ze paren produceren ze miljoenen spermacellen en niet slechts 1. Het produceren van sperma kost het mannetje energie en resources, vaak is er meerdere keren paren nodig voor het vrouwtje bevrucht is en er is dan ook bij allerlei soorten dieren te zien dat de mannetjes selectief zijn in hoe vaak en met welk vrouwtje ze paren. Ook voor wat betreft de ouderlijke investering is er geen simpele relatie te zien, zoals vaak wordt gezegd, dat het mannetje weinig investeert in zijn nageslacht en het vrouwtje veel. Dit blijkt niet het geval te zijn, bij veel diersoorten is er een volledig ander patroon te zien van mannelijke betrokkenheid bij het nageslacht. Bij primates is het zelfs heel gebruikelijk dat mannetjes zich druk maken om hun nageslacht.

Dit alles betekent absoluut niet dat verschillen tussen de seksen in hun productierol niet relevant zijn of te ontkennen valt dat die verschillen er zijn. Wat het wel zegt is dat er een enorme varieteit is in de rollen die de verschillende seksen aannemen in het dierenrijk. Of het dier een mannelijk of vrouwelijk geslachtsorgaan heeft zegt in het dierenrijk nog niks over de rol die er gespeeld wordt in de reproductiefase en het zorgen voor het nageslacht. Zelfs binnen 1 species zijn grote verschillen te zien en schrijft biologische sekse niet voor welke rol het dier heeft in de reproductie en ouderlijke betrokkenheid bij het nageslacht. De omgeving speelt daarin wel een grote rol. In een rijke omgeving gedragen vrouwtjes en mannetjes zich anders dan in een arme omgeving.

Evolutie schrijft niet voor hoe menselijke seksualiteit eruit ziet

In hoofdstuk 2 gaat Fine in op de mythe dat mannen ontembare lust hebben om met zoveel mogelijk vrouwen seks te hebben ingegeven om de kans op reproductie te verhogen. De assumptie is dan dat mannen wel zo’n 100 baby’s kunnen verwekken in hun leven, terwijl dit aantal voor vrouwen veel beperkter is. Fine rekent voor dat dit niet klopt en dat wanneer je alle factoren in ogenschouw neemt mannen maximaal twaalf tot zestien kinderen kunnen verwekken, terwijl dit aantal voor vrouwen negen tot twaalf is. De kern van dit hoofdstuk is om aan te tonen dat menselijke organismen door de tijd heen allerlei sociale samenlevingsvormen (en seksuele relaties) hebben aangegaan, met grote variëteit van monogamie tot polyandrie (een vrouw met meerdere mannen).

Menselijke seksualiteit ontdoen van menselijkheid

Evolutie schrijft niet voor op welke manier de seksuele relaties eruit zouden moeten zien. Er is vrij weinig sprake van simpelweg seks hebben vanwege reproductie redenen bij mensen, in plaats daarvan is seks een sociaal gebeuren en cultureel bepaald. De oude assumptie dat seksuele selectie vrijwel universele sekserollen heeft voortgebracht, mannen zijn zus en vrouwen zijn zo, is vervangen door de groeiende erkenning van de diversiteit van reproductie rituelen en ouderlijke rollen tussen species en binnen species. Er is geen universele template voor hoe genetische en hormonale componenten van een geslacht het brein en het gedrag van dat organisme bepalen. Er is een grote invloed van de omgeving, de materiele, fysieke, economische, culturele en politieke omstandigheden op het seksuele gedrag van een organisme.

Wat menselijke seksualiteit menselijk maakt

Hoofdstuk 3 legt uit dat culturele seksualiteit en natuurlijke reproductie niet hetzelfde zijn. Natuurlijk is seks voor reproductie, als je een lemur bent, maar als je een mens bent dan is seks veel meer dan alleen voor reproductie. Dat heeft evolutie gedaan voor mensen. Seks is bio-cultureel, niet uitsluitend biologisch. Net als voor vrouwen, gaat seks voor mannen over het aangaan van een vorm van verbinding. Het is absurd om te argumenteren dat als het gaat om seks, de ware menselijke natuur is wat je krijgt als je elke menselijke eigenschap weg denkt.

Seks is volledig verweven met taal, sociale complexiteit, economische omstandigheden, sociale normen en sociale identiteiten. Die zijn allemaal onlosmakelijk onderdeel van iemands seksualiteit. De seksuele voorkeuren van mannen hangen net als de seksuele voorkeuren van vrouwen samen met de sociale condities en de omgevingsfactoren. Het is onzin om de echte natuurlijke mannelijke seksualiteit te proberen te destilleren los van de sociale, economische en cuturele omgeving waarin die man zich bevindt (of vrouw natuurlijk).

Mozaiek-denken

Hoofdstuk 4 legt uit, dat in tegenstelling tot de gedachte dat het simpel is om vast te stellen welk geslacht iemand heeft, sekse niet bestaat uit simpelweg de binaire optie (XX of XY). Sekse daarentegen is verspreid over het hele genome. Er zijn vele genen betrokken bij het bepalen van het geslacht en er zijn vele sekschromosomen.

Dus de stelling ‘boys will be boys’ of de vraag ‘waarom zijn vrouwen niet net als de man’ gaat uit van een fundamenteel effect van het Y chromosoom op het brein en op gedrag (en dan wordt vaak verwezen naar meest prominente factor namelijk: testosteron). Is dat inderdaad de werkelijkheid? Creëert het geslacht van een menselijk organisme bepaalde essenties in het brein en in gedrag? En naast de vraag of dat het geval is, waarom zou dat het geval zijn? Als er sprake is van een mannelijk brein en een vrouwelijk brein met corresponderende voorspelbare bijbehorende gedragspatronen, waarom zou dat dan zijn ontstaan in het menselijk organisme?

Wil de echte man/vrouw opstaan?

Het onderzoek laat zien dat biologie geen dictator is die sekshormonen naar het brein stuurt waardoor er mannenbreinen en vrouwenbreinen ontstaan. Seksuele verschillen in het brein blijken daarentegen een ingewikkeld interactief proces te volgen, Beïnvloed door allerlei factoren (genetisch, hormonaal, omgeving, epigenetisch) en al die factoren interacteren en hebben tezamen effecten op en vormen het brein. In verschillende delen van het brein interacteren die factoren ook weer op een verschillende manier.

Grootschalig onderzoek (1400 menselijke breinen) zijn onderzocht op sekseverschillen en zelfs voor de sekseverschillen die het meest werden verwacht bleek dat 1 op de 5 vrouwen een mannelijker brein had dan de gemiddelde man. De sekseverschillen in het brein zijn niet simpelweg toe te schrijven aan de sekse, maar de meest waarschijnlijke kandidaten van de verschillen in ons brein zijn leeftijd, omgeving en genetische variatie.

Tussen de 23 en 53 procent van de individuen had een brein met zowel ‘extreem’ mannelijke als ‘extreem’ vrouwelijke kenmerken. Het percentage mensen met uitsluitend extreem vrouwelijke breinkenmerken of extreem mannelijke breinkenmerken is 0 tot 8%. Dus, wat is een vrouwelijk en een mannelijk brein? Is het vrouwelijke brein het brein met extreem vrouwelijke kenmerken, waarvan er slechts een zeer beperkt aantal individuen rondloopt waaronder een aantal mannen? En als dat zo is, welk brein heeft de meerderheid van de vrouwen dan?

Mannen en vrouwen voorbij hun genitaliën?

Sekse is belangrijk, maar op zo’n ingewikkelde en onvoorspelbare manier dat we niet kunnen zeggen dat sekse de bepalende factor in breinontwikkeling is, die het wel is voor de ontwikkeling van het reproductiesysteem. Anders dan onze genitaliën, kan het menselijk brein niet worden ingedeeld in een mannelijk of vrouwelijk brein. In plaats daarvan is het menselijk brein een mozaïek van kenmerken.

Hoe hoger in het brein je komt, hoe minder je kunt zeggen dat wat je aantreft bepaald wordt door het geslacht van het organisme. Honderden verschillen tussen de seksen worden gevonden in het centraal zenuwstelsel, maar slecht een handjevol kan worden gelinkt aan gedragsverschillen en we kennen de functionele consequenties van de meeste daarvan niet.

Er zijn geen simpele links tussen specifieke kenmerken van het brein en een specifieke manier van gedragen. Hoe we ons voelen en hoe we ons gedragen is het product van complexe samenspel van neurale activiteit, beïnvloed door vele factoren en interactie tussen factoren. Het punt is dus niet dat het brein a-sexueel zou zijn, het punt is dat genetische en hormonale verschillen tussen de seksen de breinontwikkeling op elk niveau en kan beinvloeden en sekseverschillen in het brein hebben geen directe invloed op gedrag.

Het menselijk organisme komt ter wereld met de enorme capaciteit om zich aan te passen aan de omgeving waarin het opgroeit. Het is voor mensen essentieel om in staat te zijn een brein te ontwikkelen dat goed aansluit op wat er van ons gevraagd wordt door onze omgeving.

Gender overeenkomst hypothese

Hyde suggereert de gender overeenkomst hypothese, gebaseerd op een synthese van zesenveertig meta analyses van sekse verschillen in cognitie, communicatie, sociale en persoonlijkheidskenmerken en psychologisch welbevinden. Meer dan 75% van de sekseverschillen waren heel klein (0,1 of minder) tot klein (0,35 of minder). Dat betekent dat tenminste in 40% van de gevallen de score van een vrouw mannelijker is dan de score van de gemiddelde man en vice versa. Dit behelste wiskundige probleemoplossing, begrip van wat je leest, competitie tijdens onderhandelingen en interpersoonlijke leiderschapsstijl. Tien jaar later liet een meta analyse van 106 studies hetzelfde beeld zien.

Ook onderzoek naar verschillen in interesses tussen mannen en vrouwen toont aan dat er geen sprake is van verschillen die gerelateerd zijn aan sekse. Het is niet zo dat mannen vooral interesse hebben in sociale status, dominantie en controle over mensen, middelen en persoonlijk succes en vrouwen in zorgzaam zijn voor degenen van wie ze houden. In plaats daarvan hebben vrouwen de laatste jaren mannen ingehaald als het gaat om het belang dat ze hechten aan een goedbetaalde carrière en de beide sekses hechten tegenwoordig evenveel waarde aan het zijn van een goede ouder en het hebben van een gelukkig huwelijk boven het hebben van veel geld vanwege een goede baan. Ook als je kijkt naar de meedogenloosheid die mannen en vrouwen hebben om hogerop te komen en waarvan vaak wordt gezegd dat mannen dat meer hebben dan vrouwen vanwege hun testosteron, blijkt dat vrouwen net zo ‘agressief’ zijn als mannen. Testosteron heeft geen direct en eenduidig effect op gedrag, noch bij mannen noch bij vrouwen.

Mannelijkheid en vrouwelijkheid zijn niet twee uitersten op 1 dimensie. Correlaties tussen mannelijke kenmerken onderling en vrouwelijke kenmerken onderling zijn laag. In plaats daarvan is er sprake van een mozaïek van persoonlijkheidskenmerken, attitudes, interesses en gedragingen en 55 tot 70% van de mensen heeft een mozaïek dat bestaat uit mannelijke en vrouwelijke kenmerken, terwijl slechts 1% uitsluitend mannelijke of vrouwelijke kenmerken heeft. Dus welke combinatie van kenmerken noemen we dan ‘mannelijk’ en ‘vrouwelijk? Wil de echte man of vrouw opstaan?

‘Boys will be boys’

Uitdrukkingen als ‘zoals een vrouw’ en ‘zoals een man’ snijdt weinig hout als je kijkt op het niveau van het brein of op het niveau van gedrag. wel als je kijkt naar de genitaliën. Praten in termen van universele karakteristieken die horen bij mannen en vrouwen suggereert dat er sprake is van kenmerkende, diepgewortelde, stabiele en inherente kenmerken afhankelijk van het geslacht. Maar de elkaar overlappende, steeds veranderende, multidimensionele, idiosyncratische mozaïeken die gevormd worden door patronen van seksverschillen wijst in de richting van gecombineerde en continue actie van kleine causale invloeden. Sekse creëert geen mannelijke natuur of vrouwelijke natuur.

Mannen zoeken risico en competitie?

In hoofdstuk 5 gaat Fine in op de mythe dat mannen van nature meer risico’s nemen en competitiever zijn dan vrouwen. Dit blijkt niet het geval te zijn. Vrouwen schatten bepaalde situaties als risisovoller in dan mannen, omdat die situaties risicovoller voor hen zijn dan voor mannen. Daarnaast zijn de verschillen in het willen nemen van risico’s niet langs de lijn van de sekse te onderscheiden, maar langs de lijn van de blanke man (met een hogere economische status) en mannen en vrouwen met een lagere economische status (donkere mannen, donkere vrouwen en blanke vrouwen, kinderen). De bereidheid om risico’s te nemen hangt samen met de betekenis die het risico dat je loopt voor je heeft.

De nuances van testosteron

In hoofdstuk 6, tenslotte, gaat diep in op de mythe dat testosteron de oorzaak is van mannelijk gedrag. Mannen hebben veel meer testosteron dan vrouwen, maar dat wil niet zeggen dat we daarmee direct kunnen zeggen dat hun gedrag testosteron-gedreven is. Het menselijk brein is juist in staat tot sterk vergelijkbaar gedrag, ondanks biologische verschillen (bijvoorbeeld testosteron niveaus).

Geen rechstreekse relatie tussen testosteron en gedrag’

Uit onderzoeken blijkt dat testosteron niveaus in mannen en vrouwen afhankelijk van de context waarin ze zich bevinden verschilt en dat er daarnaast geen direct effect te zien is van testosteron niveau op gedrag. Hormonen veroorzaken geen gedrag, hormonen zijn een van de vele factoren die in het zenuwstelsel worden meegenomen om gedragsbeslissingen te nemen. Testosteron is als het ware een van de vele stemmetjes in een groepsbesluitvormingsproces. In plaats van dat we gedrag zien als veroorzaakt (testosteron fueled) door testosteron, kunnen we beter denken in termen van gedrag dat testosteron creëert (testosteron fueling).

Competitie is ook onder vrouwen een belangrijk aspect in het sociale leven. Het testosteron niveau is 1 klein aspect in een complex systeem, die beide seksen op een andere manier gebruiken om dezelfde resultaten te bereiken en dezelfde gedragingen te laten zien en testosteron is niet alleen in mannen een belangrijk hormoon maar ook in vrouwen.

Sociale context en testosteron

Sociale context en ervaring kan het effect van testosteron veranderen en in plaats van een pure biologische maatstaf te zijn van hormonale sekse reageert testosteron op de context en de situatie. Dus de invloed van testosteron op het brein en het gedrag kan niet simpelweg als puur biologisch worden afgeschilderd. Zowel mannen als vrouwen die interesse hebben in een nieuwe relatie hebben bijvoorbeeld een hoger testosteron niveau en mannen en vrouwen die net ouders zijn geworden hebben een lager testosteron niveau.

Een voorbeeld van onderzoek waaruit blijkt dat testosteron niveaus veranderen naar gelang de context en het gedrag. Er zijn drie groepen mannen. De ene groep mannen wordt in een kamer gezet met een huilende nepbaby en krijgt als instructie dat ze niets mogen doen. De tweede groep mannen mag de nepbaby proberen te troosten maar de situatie is dusdanig opgezet dat de baby ontroostbaar is. De derde groep mannen mag de nepbaby troosten en de baby laat zich ook troosten. In de eerste groep mannen schoot de testosteron de hoogte in, bij de tweede groep mannen schoot de testosteron ook omhoog maar in iets mindere mate en in de derde groep nam de testosteron juist af. Dezelfde stimulus, een huilende baby, heeft een zeer verschillend effect op het testosteron niveau afhankelijk van het gedrag van de man en het succes dat hij heeft met zijn gedrag. Onzin dus om te zeggen dat mannen niet de juiste hormonen zouden hebben voor het verzorgen van een kind.

Vrouwen en testosteron

In een ander onderzoek werd het testosteron niveau bij vrouwen onderzocht. Vrouwen die iemand moesten ontslaan en een machtsrol moesten spelen lieten verhoogd testosteron niveau zien, terwijl dit niet het geval was bij de mannen die iemand moesten ontslaan. Het testosteron niveau in mannen en vrouwen verandert onder invloed van de omstandigheden. Zet vrouwen in een machtspositie en ze maken meer testosteron aan.

Hormonen zijn geen onderdeel van een biologisch programma maar zijn een dynamisch onderdeel van onze biologie die ons het vermogen geeft om te reageren op de fysieke, sociale en culturele omgeving.

Lehman sisters? Geen garantie voor succes

In hoofdstuk 7 spreekt Fine de mythe tegen dat als de Lehman brothers zouden zijn bestuurd door Lehman sisters de financiele crisis veroorzaakt door de banken niet zou zijn gebeurd. Simpelweg het feit dat een vrouw ergens werkt wil niet automatisch zeggen dat er specifieke andere kwaliteiten worden ingebracht dan wanneer een man die rol zou hebben gehad. Het hangt er maar net van af welke vrouw of welke man, oftewel, welk mens er op de functie zit en in welke context die persoon functioneert.

Hoe willen we verder?

In hoofdstuk 8 kijkt Fine naar de toekomst. Biologisch gezien zijn onze acties en disposities ontwikkeld en ze hadden anders kunnen zijn, als er andere input was gegeven op verschillende momenten in ons leven. Als men de distributie van een persoonlijkheidskenmerk in een populatie wil veranderen dan is de taak niet om onze natuurlijke aard te overwinnen, maar om het ontwikkelingssysteem anders in te richten. Dat klinkt als een enorme klus maar wel te doen als we willen. We kunnen ons in elk geval niet verschuilen achter de Testosteron Rex theorie en de theorieen die claimen dat mannen en vrouwen van verschillende planeten komen. Want die theorieen houdt geen stand.

Waar ik voor pleit

Kortom; het menselijk organisme wordt geboren met de enorme capaciteit om zich aan te passen aan de omgeving waarin het opgroeit. Ik ben niet voor diversiteitsinitiatieven waarbij wordt geclaimd dat er vrouwen in de top van organisaties moeten worden opgenomen omdat zij vrouwelijke eigenschappen zouden inbrengen die een tegenhanger zijn voor alle mannelijke normen die er heersen in de top. Het is naar mijn idee dezelfde foute manier van denken; het is essentialistisch denken en categorisch denken. Dat is niet de werkelijkheid, de werkelijkheid is veel gevarieerder dan dat. Alleen de genitalien van een mens zeggen mij nog niks over de emoties, cognities, competenties, motivatie en interesses van die persoon.

Er is wat mij betreft een andere reden om te willen streven voor gelijke kansen en gelijke rechten en dat is dat het voor individuen en voor maatschappijen als geheel goed werkt. Individuen floreren in maatschappijen waarin sprake is van gelijkheid en waarin de machtsverschillen kleiner in plaats van groter zijn en de inkomensverschillen kleiner in plaats van groter zijn.