ikzelf“Tja, je krijgt het antwoord waar je naar vraagt”, zei een coach in onze training progressiegericht coachen laatst. En hij bedoelde daarmee dat de richting van de vraag van de coach, bepalend is voor de richting van het antwoord van de client. Eenvoudige voorbeelden daarvan kent iedereen wel. Als de coach vraagt:”Wat zou je willen dat er in de plaats komt van dit probleem?” dan is het logisch dat er een totaal antwoord komt dan wanneer de coach vraagt:”Wat gaat er nog meer mis als het probleem erger gaat worden?” De eerste vraag is een progressiegerichte vraag richting de gewenste toekomst, de tweede vraag is een probleeminducerende vraag richting de gevreesde toekomst.

Naast dit soort overduidelijke verschillende soorten vragen, roept een formulering die op microniveau anders is, ook een totaal ander effect op. De coach bedoelde met zijn verzuchting dan ook vooral dat hij zich realiseerde hoe subtiel de progressiegerichte formuleringen zijn.

Drie voorbeelden daarvan.

Microverschillen bij de nuttigheidsvraag

Zo was er een coach die steeds in antwoord op de nuttigheidsvraag van zijn cliënten te horen kreeg:”Ik wil graag tips van jou”. Wat denk je dat de vraag van de coach was, waardoor hij telkens dit antwoord kreeg? De formuleringen die een dergelijk antwoord logisch maken zijn bijvoorbeeld:

  • Hoe kan ik je helpen?
  • Wat moeten we doen om dit gesprek nuttig te maken?
  • Hoe kunnen we dit gesprek nuttig maken?

Of stel dat de coach zou vragen:”Wanneer is dit gesprek nuttig voor je?”. Dan is het logisch dat de cliënt iets antwoord zoals:”Eh…om 12 uur”. Maar omdat cliënten ook wel begrijpen dat de coach niet echt uit is op een precies antwoord op deze vage vraag “wanneer het gesprek nuttig is”, zal de cliënt waarschijnlijk ook in vage termen gaan antwoorden. Bijvoorbeeld:”Als ik me wat beter voel”.

Als de coach wil weten wat de cliënt wil bespreken zodat het een nuttig gesprek voor hem is, dan is een formulering die daar direct op mikt:”Wat zou je vandaag aan de orde willen hebben, zodat dit een nuttig gesprek voor je is?”

Als de coach wil weten wat de cliënt wil bereiken met het coachingsgesprek, dan is een formulering die daar direct op mikt:”Waaraan zou je na afloop merken dat ons gesprek je iets heeft opgeleverd?”

Microverschillen bij het verkennen van positieve opbrengsten

Een tweede voorbeeld. Progressiegerichte coaches vragen door tot de cliënt antwoord heeft gegeven in termen van zijn eigen positieve gedrag en de positieve opbrengsten. Dus stel dat de cliënt beschrijft dat zijn gewenste situatie is, dat hij samen met zijn collega het project binnen de gestelde deadline tot een goed einde weet te brengen. De progressiegerichte coach zou dan vervolgens doorvragen tot hij voor zich ziet wat het voordeel daarvan zou zijn, wat het zou opleveren als de cliënt deze gewenste situatie had bereikt. Hoe formuleer je de vraag naar die positieve opbrengsten?

Stel dat de coach het zo formuleert:”Wat zou dat voor jou betekenen?” Dan is het logisch dat de cliënt antwoord gaat geven in termen van zijn innerlijke belevingswereld. Hij zegt dan bijvoorbeeld:”Dat zou voor mij betekenen dat ik trots kan zijn op mezelf”.

Stel dat de coach het zo formuleert:”Wat zouden de implicaties daarvan zijn?” Dan is het logisch dat de cliënt antwoord gaat geven in termen van wat er in opgesloten zit, wat erbij hoort (implicatie is dat wat waar, is als iets anders waar is). Hij zegt dan bijvoorbeeld:”De implicatie daarvan is dat ik heel veel op mijn tong heb moeten bijten om mijn collega niet ongenadig de waarheid te zeggen”.

Als de coach wil weten wat het oplevert wanneer de cliënt de gewenste situatie heeft bereikt, dan is een formulering die daar direct op mikt:”Stel dat je collega en jij het project binnen de gestelde deadline tot een goed einde hebben weten te brengen, wat zou daarvan dan het voordeel zijn?”

Microverschillen bij het vragen naar actie

Een derde voorbeeld. Hoewel cliënten in gesprekken met progressiegerichte coaches vaak heel snel op ideeen komen voor stapjes vooruit die ze zelf willen gaan zetten, vraagt een progressiegerichte coach niet zo snel naar welke acties de cliënt kan gaan ondernemen. Ideeen voor stapjes vooruit ontstaan in het gesprek door rustig door te vragen bij elk van de stappen uit de zeven stappen aanpak van NOAM. Dus stel dat de cliënt beschrijft dat hij last heeft van een opgejaagd gevoel door de hoge werkdruk. De progressiegerichte coach zou dan eerst exploreren welke progressie de cliënt zoekt. Hoe formuleer je vragen die daarover gaan?

Stel dat de coach het zo formuleert:”Wat zou jou helpen om je minder opgejaagd te voelen?”. Dan is het logisch dat de cliënt antwoord gaat geven in termen van hulpmiddelen die buiten hemzelf liggen. Hij zegt dan bijvoorbeeld:”Een assistent die werkzaamheden van me over neemt, maar ja, daar is gewoon geen budget voor”.

Stel dat de coach het zo formuleert:”Wat heb je nodig om je minder opgejaagd te voelen?” Dan is het logisch dat de client antwoord gaat geven in termen van wat er vereist is. Hij zou dan bijvoorbeeld zeggen:”Ik heb een training time management nodig”.

Als de coach wil weten welke progressie de cliënt zoekt, dan zijn formuleringen die daar direct op mikken:”Logisch dat je je niet meer zo opgejaagd zou willen voelen, hoe zou je willen dat je situatie wordt?” of “Waaraan zou je merken dat het beter zou gaan?” of “Stel het is 3 maanden later en je bent tevreden over wat je hebt bereikt, wat gaat er dan beter?”