plank‘Waarom oefen jij zoveel?’, vroeg iemand mij laatst op een bijna verwijtende toon:’Je bent toch een hele intelligente vrouw en toch leg je de lat zo hoog en richt je je op steeds maar beter worden. Dat is toch helemaal niet leuk en heel demotiverend! Het moet toch wel leuk blijven!’

Dit is een intrigerende en veelvoorkomende manier van kijken naar oefenen, denk ik. Heel veel mensen zeggen een hekel te hebben aan oefenen en vinden dat het allemaal niet teveel moeite moet kosten. Als ze iemand zien die zich flink inspant dan ziet men die persoon al snel als perfectionistisch.

Soms praten mensen ook over de technische kant van een vaardigheid als iets om op neer te kijken. Of het nu gaat om gespreksvoering, zang, voetbal of het schrijven van een boek, elke vaardigheid kent een technische kant.

Er zijn, vermoed ik, drie redenen waarom mensen neerbuigend kunnen doen over het oefenen van de techniek van een vaardigheid:

  1. techniek neemt iets weg van de magie van een topprestatie. Als je het nodig hebt om urenlang te oefenen op het leren beheersen van de techniek, dan zul je wel weinig aanleg hebben, is de redenering van mensen die neerbuigend praten over de technische kant van een vaardigheid. Als mensen iemand iets heel goed zien doen, dan concluderen ze liever dat die persoon een bijzonder talent heeft (zie dit onderzoek), dan dat ze oog hebben voor de vele inspanningsuren die de persoon heeft geleverd om op dat niveau te komen. Door het belang van een goede beheersing van de techniek van een vaardigheid te ontkennen, kun je vasthouden aan het magische idee dat sommige mensen nu eenmaal geboren coaches, leidinggevenden, presentatoren, zangers, voetballers of schrijvers zijn. Hun prestatieniveau is voor jou niet haalbaar, omdat jij nu eenmaal niet dat talent hebt. Maar als het toppresteren wel gefundeerd is op een enorme beheersing van de techniek, dan wordt het opeens iets dat jij ook had kunnen bereiken als je die inspanning had opgebracht. Dat kan een aversieve gedachte zijn.
  1. techniek klinkt voor sommige mensen als tegenovergesteld aan creativiteit en authenticiteit. Als je je richt op technisch heel goed worden, dan verlies je je creativiteit en authenticiteit, is dan de misvatting. Het blijkt andersom te zijn; pas als je enorm goed bent geworden in de techniek, kun je creatief en authentiek zijn (zie ook dit artikel). Je hebt de techniek je dan zo eigen gemaakt, dat het je geen moeite meer kost en je kunt spelen met alle technieken die in je systeem zitten. Creativiteit komt nadat je goed bent geworden in een vaardigheid, niet ervoor.
  1. techniek is saai en niet leuk. De derde reden waarom mensen soms neerbuigend praten over de technische kant van een vaardigheid is volgens mij, dat ze techniek oefenen associëren met iets saais en iets dat niet leuk is. Ik vermoed dat mensen die zeggen dat ze techniek oefenen saai vinden, eigenlijk een statische mindset hebben ten aanzien van de betreffende vaardigheid. Techniek oefenen en fouten maken is immers heel vervelend als je ervan uit gaat dat de hoeveelheid inspanning een indicatie is van een gebrek aan aanleg. Maar als je een groeimindset hebt en de vaardigheid die je aan het leren bent belangrijk en interessant vindt, dan is oefenen verre van saai. Het oefenen zelf geeft je dan, naast alle frustraties en oncomfortabelheid, enorm veel energie, om nog maar te zwijgen van de boost die je krijgt omdat je merkt dat je beter wordt.

Mijn antwoord was dan ook:’Ik oefen zo veel en zo gericht, omdat ik beter wil worden in de vaardigheid die ik interessant en belangrijk vind en zowel het oefenen als het beter worden geven me enorm veel voldoening’.