celnik photoUit een onderzoek van Celnik komt een beeld naar voren dat het effectiever is om kleine veranderingen aan te brengen tijdens het oefenen van een nieuwe vaardigheid, dan dat het is om steeds dezelfde oefening te herhalen. Aan het onderzoek deden 86 gezonde proefpersonen mee. Zij moesten een nieuwe motorische vaardigheid op de computer leren. Ze deden de oefeningen twee of drie keer gedurende 45 minuten.

Er waren drie condities. In de ene conditie deden de proefpersonen dezelfde oefeningen in drie sessies, met ongeveer 6 uur tijd tussen de eerste en de tweede sessie en dan een test om te zien hoe goed ze de vaardigheid hadden geleerd in de derde sessie (herhaalconditie). In de tweede conditie werkten de proefpersonen gedurende drie sessies, waarbij de eerste en de tweede sessie licht van elkaar verschilden en de derde sessie de testsessie was (afwisselconditie). In de derde groep deden de proefpersonen een oefensessie en de volgende dag de testsessie (controlegroep).

Het bleek dat degenen die tijdens de tweede oefensessie een licht aangepaste trainingsoefeningen deden, beter presteerden dan degenen die twee keer dezelfde oefeningen deden. Veel beter zelfs: twee keer zo snel en accuraat als de proefpersonen in de herhaalconditie. De proefpersonen in de controlegroep presteerden ongeveer 25% slechter dan de proefpersonen in de afwisselconditie.

Deze resultaten ondersteunen wat wetenschappers al menen te weten over hoe ons geheugen werkt: het proces van consolidatie, wat betekent dat bestaande herinneringen opgehaald worden en worden aangepast op basis van de nieuwe ervaringen en kennis. Uit dit onderzoek blijkt dat consolidatie ook relevant is bij het aanleren van motorische vaardigheden. Dit onderzoek is niet alleen relevant voor mensen die een nieuwe vaardigheid willen aanleren, zoals het bespelen van een muziekinstrument, maar ook voor mensen die na een herseninfarct willen oefenen met het (opnieuw) leren van motorische vaardigheden.