shapeimage_2Er zijn verbluffende resultaten bereikt met superkleine interventies. Een voorbeeld?

Blackwell, Trzesniewski en Dweck deden een kleine groeimindsetinterventie op een stedelijke school. Het was een school met veel kinderen uit gezinnen behorende tot een minderheidsgroepering met een laag inkomen. Het waren zwarte kinderen, Latino’s en Latijns-Amerikaanse kinderen van ongeveer 12 jaar oud. De kinderen werden verdeeld over twee groepen. De ene groep kreeg gedurende 8 weken een sessie per week in studievaardigheden. De andere groep kreeg gedurende 8 weken een sessie per week studievaardigheden plus les over hoe het brein werkt als een spier die sterker wordt wanneer de persoon zich inspant om moeilijke dingen te leren (groeimindsetinterventie). Gewoonlijk dalen de cijfers voor wiskunde bij kinderen die in deze klas zitten. Wiskunde wordt moeilijker en daardoor is vaak een daling van de cijfers te zien. Maar aan het einde van het academisch jaar liet de groep kinderen die de groeimindsetinterventie had gehad een omgekeerd resultaat zien: hun cijfers voor wiskunde waren significant gestegen, terwijl dit niet het geval was in de controlegroep.

Nog een voorbeeld? Walton en Cohen deden een kleine interventie om zwarte studenten een gevoel te geven dat ze prima thuis hoorden op de universiteit. Als studenten in hun eerste jaar van de universiteit zitten kunnen ze tegen allerlei moeilijkheden aanlopen die te maken hebben met de transitie naar het studentenleven en het studeren aan een universiteit. De attributie die deze eerstejaars studenten hebben aan de moeilijkheden die ze ervaren is dan bepalend voor of ze bereid zijn om door te zetten. Studenten die de moeilijkheden zien als teken dat ze niet op de goede plek zitten en dat de universiteit te moeilijk voor ze is, haken eerder af dan studenten die de moeilijkheden ervaren als normaal en tijdelijk. De interventie die Walton en Cohen deden was om 1 groep studenten gedurende 1 uur informatie te laten bestuderen waaruit bleek dat veel studenten in het begin zich niet thuis voelen op de universiteit en dat die gevoelens in de loop der tijd verdwijnen. Daarna schreven deze studenten een essay en ze gaven een speech die was bedoeld voor de eerstjaars die na hen kwamen en waarin ze vertelden hoe hun zorgen over of ze wel thuis hoorden op de universiteit waren veranderd in de loop der maanden. In de controlegroep kregen studenten informatie die irrelevant was voor het gevoel van thuis horen op de universiteit. Zwarte studenten in de “thuis horen-interventie” lieten hogere scores zien, vanaf hun eerste jaar tot aan hun latere studiejaren toe. Daarmee werd de prestatiekloof die gewoonlijk te zien is tussen zwarte en witte studenten voor 52% gedicht. Daarnaast scoorden de zwarte studenten die de interventie hadden ondergaan vaker in de top 25% best presterende studenten van hun jaar en rapporteerden ze drie jaar na dato dat ze gelukkiger en gezonder waren.

Hoe kan het dat kleine, kortdurende interventies soms zulke lange termijn effecten kunnen veroorzaken? En hoe kunnen we weten of een kleine interventie inderdaad een effect zal hebben? Hier en hier kun je daarover meer lezen.