human motivation and interpersonal relationshipsLynch beschrijft in zijn hoofdstuk The self-concept in relationships in het boek Human Motivation and Interpersonal Relationship ed Weinstein vier visies op ons zelfconcept. Hier is een beknopte samenvatting van die vier visies.

Hoe mensen over zichzelf denken heeft implicaties voor hun welbevinden. Hoe werkt dat mechanisme van de impact van je zelfbeeld op je welbevinden? De eerste visie is dat welbevinden een kwestie is van consistentie. De tweede is dat welbevinden een kwestie is van authenticiteit. De derde is dat welbevinden een kwestie is van hoe dicht je werkelijk bent zoals je ideale zelfbeeld. De vierde is dat welbevinden een kwestie is van hoe autonoom je functioneert.

Consistentie
In deze visie draait het mechanisme van welbevinden en je zelfconcept om consistentie. Jezelf zijn betekent dat je overtuigingen, je ervaringen en je zelfexpressie consistent zijn met elkaar. Dat je, ongeacht de context waarin je verkeert, steeds dezelfde bent en blijft. Gedurende lange tijd was de heersende opvattingen onder Westerse psychologen dat consistentie, dus jezelf zijn, de belangrijkste predictor was van geestelijke gezondheid. Het was dan ook slecht voor je welbevinden wanneer je in verschillende contexten je verschillend gedroeg. Dan was je een soort sociale kameleon. Dat werd niet gezien als gezond aanpassingsvermogen en flexibiliteit maar als onechtheid. Alle psychologische onderzoeken in ogenschouw genomen is er echter geen overtuigend bewijs dat deze manier van consistent zijn inderdaad goed zou zijn voor je welbevinden.

Authenticiteit
In deze visie draait het mechanisme van welbevinden en je zelfconcept om authenticiteit. Jezelf zijn betekent waarachtig zijn, in de betekenis van oprecht en congruent. Het maakt niet zoveel uit of je anders bent in verschillende situaties, maar het maakt wel uit of hoe je bent in die situaties een reflectie is van je echte waarden en overtuigingen. Als je je echte zelf bent, dan ben je in contact met je basisbehoeften en emoties. Als je onecht bent, dan doe je alsof, zodat je in de specifieke situatie sociale goedkeuring krijgt. Uit de psychologische onderzoeken komt inderdaad een beeld dat authenticiteit belangrijk is voor welbevinden.

Convergentie tussen ideale en werkelijke zelfconcept
In deze visie draait het mechanisme van welbevinden en je zelfconcept om hoe je bent in vergelijking met hoe je wilt zijn. Jezelf zijn betekent zo dicht mogelijk staan bij hoe je idealiter zou willen zijn. Je ideale zelf heb je ontwikkeld in de loop van je leven. Degenen die je opvoedden speelden in de ontwikkeling van je ideale zelf een belangrijke rol. De gedragingen die zij goedkeurden versus afkeurden gaan een onderdeel worden van je ideale zelfbeeld. Hoe kleiner het verschil tussen je ideale zelf en je werkelijke zelf, hoe groter je welbevinden. Je zelfwaardering is groter als het gat tussen ideaal en werkelijk kleiner is. Uit de psychologische onderzoeken komt inderdaad een beeld dat het goed is voor je welbevinden wanneer hoe je daadwerkelijk bent en hoe je graag zou willen zijn dicht bij elkaar liggen. Maar daarvoor is het wel belangrijk in ogenschouw te nemen of je achter je eigen ideale zelfbeeld staat, of dat je het gevoel hebt dat je onder druk staat om dit ideale zelfbeeld na te streven.

Autonomie
De vierde visie draait om autonomie. Deze visie zegt dat het mechanisme van welbevinden en zelfconcept draait om hoe autonoom je functioneert. Autonomie gaat om de behoefte van mensen om persoonlijk betekenisvolle keuzes te maken, om initiatieven te nemen en om doelen en idealen na te streven die persoonlijk belangrijk voor mensen zijn. Als mensen autonoom functioneren dan staan ze achter wie ze zijn. Authenticiteit is hierbij een belangrijk onderdeel, zo zegt deze visie. Als hoe je bent een reflectie is van je waarden en overtuigingen, dan sta je achter wie je bent. Dat is autonoom functioneren. Ook het zijn zoals je graag wilt zijn (dus een kleine gap tussen wie je bent en wie je idealiter wilt zijn) speelt in deze visie een belangrijke rol, tenminste wanneer je een zelfbeeld nastreeft waar je helemaal achter staat. Als hoe je graag wilt zijn en hoe je bent dicht bij elkaar liggen, dan functioneer je autonoom en dat is goed voor je welbevinden. Aan de rol van consistentie (zoals hierboven gedefinieerd) wordt in deze visie minder waarde gehecht.

Tijdens het bestuderen van dit hoofdstuk schoten mij allerlei voorbeelden te binnen. Zo was er eens een adviseur die een sessie begeleidde met een managementteam en tijdens die sessie kreeg hij berichten van zijn vrouw dat zij was aangereden door een vrachtwagen en haar auto flinke blikschade had opgelopen. Hij koos ervoor om even een snel berichtje te sturen naar zijn vrouw hoe rot hij het voor haar vond om vervolgens gefocust door te gaan met de sessie. Aan het einde van de sessie vertelde hij zijn collega wat er was gebeurd en zijn collega reageerde afkeurend. Hij vond dat de adviseur niet zichzelf was geweest door niks te zeggen over het ongeluk van zijn vrouw. Hij vond dat een teken van onechtheid en niet jezelf zijn (de consistentie-visie). De betreffende adviseur dacht daar anders over. Hij vond juist wel dat hij zichzelf was geweest. Hij was ervan overtuigd dat kwaliteit leveren aan de klant ongeacht je persoonlijke omstandigheden een teken was van professionaliteit en hij stond helemaal achter zijn keuze om door te gaan met de sessie (de authenticiteitsvisie en autonomievisie).

Een tweede voorbeeld dat me te binnen schoot gaat over zeggen wat je denkt. Een leidinggevende ergerde zich in een gesprek met een medewerker rot aan diens afwachtende houding. Hij ging een stuurgesprek aan, waarin zijn doel was dat de medewerker meer initiatieven zou gaan nemen om de problemen in het werk zelfstandig op te lossen. In het gesprek koos hij ervoor om steeds te blijven focussen op dit doel en om zijn ergernis niet onder woorden te brengen. Een andere leidinggevende vond dit niet authentiek. Als je je ergert, dan is het niet authentiek om geen uiting te geven aan die ergernis, vond hij. Je bent dan niet je echte zelf, maar doet net alsof je niet geërgerd bent. De betreffende leidinggevende was het niet met hem eens. Hij vond juist wel dat hij authentiek was geweest, omdat zijn keuze om zich te richten op zijn doel helemaal klopte met zijn overtuigingen en waarden. Hij was er daarbij van overtuigd dat authenticiteit niet hetzelfde is als alles eruit flappen wat er in je opkomt.