fundamentMensen die de progressiegerichte aanpak leren toepassen zeggen vaak dat ze fundamentele veranderingen doormaken. Ze gaan anders naar gesprekken kijken, anders naar mensen kijken, anders naar situaties kijken, anders naar zichzelf kijken, anders naar hun intieme relaties kijken. Ze worden optimistischer, weten sneller goede relaties op te bouwen en goede resultaten te bereiken, ze krijgen meer zin in hun werk en ervaren voldoening omdat ze zich bewust zijn van de progressie die ze bereiken. Maar het leven wordt er op een andere manier uitdagender op. Iedereen functioneert wel eens in een context waarin er juist niet progressiegericht wordt gedacht en gesproken. Een paar voorbeelden?

In een training hoort de progressiegerichte trainer in een pauze een deelnemer aan een andere deelnemer vertellen hoe zij haar zoon heeft “aangepakt”. Ze had tegen haar zoon gezegd:”Jij weet niet welk niveau je wilt gaan doen op de middelbare school? Nou zoek het zelf maar uit, ik ben er klaar mee. Jij werkt toch nooit, dus waarom zou ik energie in jouw keuze stoppen.” Waarop de collega zegt:”Ja, goed van je, laat het hem maar eens even flink voelen!”.

In een teamoverleg hoort een progressiegericht teamlid zijn collega’s alle agenda onderwerpen op verontwaardigde toon bespreken. Verongelijkt en verontwaardigd over alles. Waarom is er nou toch geen nieuwsbrief met informatie gemaakt? Snappen ze dan niet dat de nieuwe manier van werken Grote Problemen met zich mee gaat brengen? Het progressiegerichte teamlid voelt de energie wegvloeien en de klagende sfeer intensiveren.

In een training zit een progressiegerichte deelnemer en hij hoort de niet-progressiegerichte trainer op zoek gaan naar de zwakheden bij een andere deelnemer en confronterend interveniëren waarop de betreffende deelnemer huilend wegloopt. Hij zit met kromme tenen en zijn inwendige spanning loopt op.

Wat doe je in dit soort situaties? Hoe vind je je weg? Hier zijn een paar tips:

1. Vraag je af wat je rol en je mandaat is. Ben jij degene die “het recht” heeft om het proces te sturen? Als je een trainer bent die een fixed mindset gesprek tussen twee deelnemers hoort in een pauze, heb je geen mandaat om op dat moment te interveniëren. Je kunt dan beter weglopen zodat je niet betrokken wordt in de interactie. Op een ander moment in de training kun je dan de groeimindset behandelen, als je wel weer mandaat hebt om te sturen. Maar als je collega bent en je teamleden bespreken agenda onderwerpen op een verontwaardigde manier heb je wel mandaat om te interveniëren. Zo kun je uitleggen dat je agenda onderwerpen liever op een constructievere manier bespreekt en je collega’s uitnodigen hun klachten om te buigen in ideeën en voorstellen.

2. Kies bewust in welke context je wilt werken. Als je zelf de progressiegerichte aanpak belangrijk vindt, is het dan echt nodig om in een niet-progressiegerichte training als deelnemer mee te doen? Zijn er andere manieren waarop je de inhoud die je eventueel echt nodig hebt tot je kunt nemen?

3. In het verlengde van punt 2: zeg “nee” tegen doen waar je niet in gelooft en heb een groeimindset ten aanzien van je mogelijkheden om in contexten te werken waar je wel in gelooft. Als je sterk staat in blijven doen waarvan je gelooft dat het werkt zorg je ook zelf voor kwalitatief goed werk en goede contexten.

4. Neem stelling. Progressiegericht werken betekent niet alleen dat je vragen stelt, maar ook dat je uitlegt waar je in gelooft, waar je voor staat en waarom je doet wat je doet. Als je progressiegericht werkt heb je een mening over wat werkt en wat niet werkt. Ga dus niet omslachtig allerlei vragen stellen in de hoop dat de anderen mee gaan, maar leg uit wat je niet wilt en wat je wel wilt en waarom. En vraag daarna of de ander mee wil gaan met jouw voorstellen.

5. Begin over een ander onderwerp. Als je geen mandaat hebt of om andere redenen niet in de rol wilt stappen van stelling nemen, houdt je dan even stil en begin zodra het kan over een ander onderwerp. Kennissen vertellen bijvoorbeeld tijdens een etentje dat hun kinderen al precies weten wat ze willen worden later: rijk! Je mening daarover wordt niet gevraagd en je hebt geen mandaat noch zin in het vertellen over intrinsieke en extrinsieke doelen en de effecten op ons welbevinden. Blijf dan even stil en begin zodra het kan over iets dat je wel leuk vindt om te bespreken.

6. Blijf bescheiden. Als je principes hebt gevonden waarin je gelooft kan dat sluipenderwijs gepaard gaan met radicalisering. Blijf kritisch ten aanzien van je eigen overtuigingen, blijf ze onderzoeken, blijf bereid je overtuigingen te veranderen wanneer je bewijs vindt dat ze onjuist zijn. Dus zie je niet-progressiegerichte dingen gebeuren, haal dan op gezette tijden je schouders op en denk na over interessantere dingen of zie er een aanleiding in nog eens goed te onderzoeken of jouw overtuigingen wel kloppen.