Doelen stellen en die bereiken is goed voor ons welbevinden. Als we een positief doel bereiken voelen we ons gelukkig en krijgen we energie. Als we iets naars hebben weten te vermijden voelen we ons rustig en veilig.

Elke keer dat we ons een doel stellen en het daadwerkelijk bereiken trainen we onszelf om beter te worden in het stellen van doelen en het ondernemen van acties om die doelen te bereiken. Het nemen van beslissingen betekent ook dat je een intentie krijgt om iets te gaan doen en dat je je een doel stelt. Beslissingen nemen, intenties hebben en doelen stellen doen alledrie een beroep op onze ventromediale prefrontale cortex. Een positief beroep, het gaat namelijk gepaard met het reduceren van angstgevoelens en piekeren.

Maar het kan moeilijk zijn om te beslissen welk doel je wilt bereiken. Soms lijkt elke optie verkeerd. En als we nadenken over alle negatieve kanten van een beslissing, dan wordt het nog moeilijker om een knoop door te hakken. Als we geen beslissing meer durven te nemen, kan dat leiden tot een negatieve spiraal. We worden steeds besluitelozer, ook ten aanzien van eenvoudiger keuzes. We trainen ons brein dan om besluiteloos te worden in plaats van dat we ons brein trainen om keuzes te maken en doelen te stellen.

Geen beslissingen nemen, geen intenties hebben en geen doelen stellen omdat elke beslissing, doel of intentie niet de juiste lijkt te zijn, heeft een negatief effect op ons. Ons limbisch systeem is dan actief en we worden getrokken in negatieve impulsen en slechte gewoontes.

Als we vervolgens wel weer een besluit nemen beginnen we de wereld daadwerkelijk anders te zien. Het anders zien van de werkelijkheid nadat je een beslissing hebt genomen gebeurt omdat de prefrontale cortex lagere orde sensorische cortexen top-down bestuurt. Dus als je prefrontale cortex een doel heeft, stuurt die bijvoorbeeld de visuele cortex zo aan dat je bepaalde dingen wel en andere dingen minder gaat zien. Zo word je selectiever in wat je hoort en ziet. Als je ergens specifiek op let, heb je immers een grotere kans dat je het ook gaat zien. Als we een besluit hebben genomen, gaan we ons ook focussen op oplossingen vinden voor problemen die we tegenkomen bij de uitvoering van de beslissing. En dat heeft weer een kalmerende werking op ons limbisch systeem.

Dus hoewel het ongelofelijk moeilijk kan zijn een knoop door te hakken en jezelf een doel te stellen en de intentie te krijgen om dat doel te gaan bereiken, is het niet maken van keuzes vaak schadelijker dan het wel maken ervan. De werkelijkheid is ook te complex om te kunnen spreken van “de juiste beslissing”. Een beslissing kan goed worden afhankelijk van hoe we die beslissing vormgeven, hoe we reageren op problemen, hoe we omgaan met tegenslagen.

Het gaat er dus misschien nog wel meer om dat “je je keuze volop leeft” dan welke keuze je precies maakt.