Als je iets nieuws leert, wil je graag feedback of je op de goede weg bent. Het blijkt dat de feedback behoefte van studenten zich richt op informatie over hoe ze hun werk kunnen verbeteren zodat ze het de volgende keer beter doen. Studenten zijn gericht op de toekomst. Ze vinden kritiek aversief. Ze vinden kritiek pijnlijk, onnodig, te lang duren en te persoonlijk. Vaak denkt de trainer dat de feedback die hij geeft behulpzame kritische feedback is, terwijl de student de feedback ervaart als een negatieve persoonlijke evaluatie. Studenten willen weten hoe ze verder kunnen komen, terwijl trainers denken ze hierbij te helpen door ze negatieve feedback te geven. De hoeveelheid negatieve feedback is ook al snel teveel. Dat komt omdat negatief zwaarder weegt dan positief.

Feedback moet passen bij het niveau van de student. Nieuwelingen hebben het meest aan feedback die ze kennisinformatie geeft. Ze zijn immers nog bezig hun basiskennis op te bouwen. Ze willen informatie over wat goed is en wat gecorrigeerd moet worden. Ze hebben veel aan het moeten nemen van beslissingen of iets goed of fout is. Dus: is mijn antwoord goed of fout.

Studenten met een middelbaar niveau hebben de basisconcepten te pakken en hebben het meeste aan feedback waarmee ze relaties leren zien tussen de concepten, zodat hun basisideeën zich uitbreiden en verdiepen. Ze willen graag bevestiging dat ze de juiste aanpak aan het volgen zijn of dat ze andere manieren moeten toepassen om tot antwoorden te komen. Dus: procesfeedback.

Op het meer ervaren niveau hebben studenten het meest aan feedback waarmee hun zelf regulerende leerproces ondersteund wordt. Ze willen feedback die aansluit bij hun eigen zoektocht en vragen op dat moment. Dus: uitgebreide conceptuele feedback die erkent dat de student zelf actief bezig is om zijn kennis uit te breiden en toe te passen.