Docenten gebruiken de progressiegerichte aanpak op allerlei manieren in hun werk. Hier zijn wat voorbeelden van hoe zij dat doen.

Het voorbereiden van de les

Docenten die de progressiegerichte aanpak gebruiken, bereiden hun op zo’n manier voor dat leerlingen de les relevant en interessant kunnen vinden. Ze zorgen dat er een duidelijke structuur in hun lessen zit. Zie ook hier. Ze gebruiken daarvoor hulpmiddelen zoals de Vormen en Onderwerpen Matrix, waar bij ze de inhoudelijke onderwerpen op een gevarieerde manier behandelen en per onderwerp een duidelijke rationale kunnen geven waartoe dit onderdeel belangrijk is voor de studenten. Ze denken na over manieren waarop de studenten zelfstartend kunnen zijn en binnen het te leren onderwerp hun eigen interesses kunnen volgen.

Je eigen motivatie en mindset

Docenten die zelf autonoom gemotiveerd zijn voor het lesgeven en voor hun vak, hebben een positief effect op de motivatie van de studenten. Zowel bewust als onbewust gedragen docenten die autonoom gemotiveerd zijn zich effectiever dan docenten die gecontroleerd gemotiveerd voor de klas staan. Ze zijn autonomie-ondersteunend ten opzichte van leerlingen en zijn gepassioneerd en enthousiast over hun vak, zijn betrokken en bereid om zelf te leren. Naast de autonome motivatie is ook de eigen mindset van docenten ten aanzien van de mogelijkheid om progressie te boeken bepalend voor hoe zij reageren op leerlingen. Een docent met een groeimindset gaat ervan uit dat progressie mogelijk is en dat heeft een effect op hoe de leerling gaat denken over het nut van inspanning en zijn capaciteit om te verbeteren.

De les interessant en relevant maken

Omdat docenten die de progressiegerichte aanpak gebruiken zich realiseren dat autonoom gemotiveerde leerlingen beter functioneren, diepgaander leren en beter presteren met een beter gevoel, besteden ze aandacht aan het creëren van de condities waarbinnen leerlingen autonoom gemotiveerd kunnen raken. Hier kun je lezen hoe dat gedaan kan worden. Autonome motivatie bestaat uit intrinsieke motivatie (ik vind dit interessant en leuk) en geïnternaliseerde extrinsieke motivatie (ik vind dit onderwerp waardevol of belangrijk). Progressiegerichte docenten maken lessen daarom interessant voor leerlingen en verduidelijken het belang en de waarde van wat er van de leerling verwacht wordt.

Psychologische basisbehoeften vervullen

Progressiegerichte docenten gaan ervan uit dat leerlingen, net als iedereen, behoefte hebben aan autonomie (ik doe waar ik achter sta, ik maak mijn eigen keuzes), verbondenheid (ik voel me verbonden met de mensen om mij heen), competentie (ik ben in staat om te doen wat er van me verwacht wordt) en misschien ook aan nieuwe ervaringen (er zijn steeds nieuwe uitdagingen en ervaringen die mijn aandacht trekken). Progressiegerichte docenten zijn dan ook alert dat zij de psychologische basisbehoeften van leerlingen vervullen en dat ze gedrag dat de vervulling van deze basisbehoeften frustreert of depriveert achterwege laten.

Progressiegericht sturen

Docenten die de progressiegerichte aanpak gebruiken maken regelmatig gebruik van de progressiegerichte stuurinterventies. Dat doen zij wanneer zij op zo’n manier willen communiceren over de progressie die er  van de leerling verwacht wordt, dat de kans groot is dat de leerling autonoom gemotiveerd raakt om aan die progressieverwachting te voldoen. Zie hier het motivatiecontinuum.

Deliberate practice

Progressiegerichte docenten realiseren zich dat mensen beter worden wanneer ze doelbewust oefenen wat ze nu nog lastig vinden. Ze benutten de principes van deliberate practice dan ook in de klas. John Hattie vond in zijn meta-analyses dat deliberate practice een sterke impact heeft op de progressie die de leerling bereikt.

Feedback geven

Als docenten de progressiegerichte aanpak gebruiken dan richten zij hun feedback op waar de leerling heen moet, welke de progressie die de leerling al heeft geboekt en hoe de leerling verdere progressie kan gaan boeken. John Hattie deed onderzoek naar effectieve feedback, zie ook hier en hier en hier en hier en hier en hier

Progressiegericht reageren op leerlingen

Progressiegerichte docenten gebruiken in hun interactie met leerlingen allerlei progressiegerichte interventies, zoals elementen uit de zeven stappen aanpak, groeimindsetinterventies (zie hier en hier), sturen, het 4PFC model, de interventies bij gestuurde cliënten, de cirkeltechniek et cetera. Zo gaan ze effectief om met opstandigheid van leerlingen en weten ze dit vaak helemaal voor te zijn.

Focus op progressie

Docenten die de progressiegerichte aanpak gebruiken focussen op progressie. Allereerst natuurlijk hun eigen bereikte en te bereiken progressie in de manier waarop zij lesgeven en reageren op leerlingen. Ze staan open om zelf deliberate practice te ondernemen, zodat ze steeds beter worden in wat ze lastig vinden. Daarnaast hebben ze een duidelijk beeld van de progressie die elke leerling in hun klas moet gaan bereiken en focussen ze op het faciliteren van die progressie.

Leerdoelen en prestatiedoelen

Docenten die de progressiegerichte aanpak gebruiken reiken bij voorkeur leerdoelen (en hier)aan en scheppen een leerdoelenklimaat in de klas.  Ze geven feedback over waar de leerling staat en wat die verder moet leren of bereiken, en dat kan gepaard gaan met cijfers, maar niet andersom (dus alleen een cijfer zonder feedback over wat de leerling goed deed en wat nog niet).

Beloningen

Progressiegerichte docenten stellen geen beloningen in het vooruitzicht voor goed gedrag of goede prestaties, maar kunnen wel achteraf onverwacht soms kleine beloningen voor goed gedrag of goede prestaties toekennen. Zie ook hier.

Straffen

Hoewel het geven van straf niet heel vaak voorkomt in klassen waar de docent progressiegericht aan de slag is (hoe harder je pusht, hoe erger het wordt), kan het wel voorkomen dat de docent een straf oplegt. Bij voorkeur communiceert de docent gebruikt de docent echter de progressiegerichte stuurtechnieken in situaties waarin een leerling niet doet wat de bedoeling is of doet wat niet de bedoeling is. Mocht de docent toch straf geven, dan zorgt hij dat hij niet autoritair communiceert en dat die straf klein is, zodat de leerling de sociale norm en verwachting van de school kan internaliseren (autonome motivatie) in plaats van dat de leerling tot de conclusie komt dat hij zich nu houdt aan de regels omdat hij anders straf krijgt (gecontroleerde motivatie).