wolIn de deliberate practice sessies met deelnemers in onze trainingen merken we steeds weer dat mensen het lastig vinden te herkennen wanneer hun eigen perspectief een rol speelt in hun vragen. Hier zijn een paar voorbeelden van reacties en vragen waarin het eigen perspectief van de vragensteller doorklinkt:

  • bla bla bla bla…..herken je dat?
  • ik hoor je zeggen dat….
  • ik zie dat het je raakt….
  • ik hoor het in je stem….
  • maar is het dan niet zo dat…..
  • gaat het wel goed met je?
  • ik maak me zorgen om je

Als je iemand vraagt ‘herken je dat?’ dan moet die persoon eerst in jouw frame van de situatie stappen om vervolgens te bedenken of hij dat frame aanneemt of verwerpt. Daarmee wordt hij gefocust op jouw perspectief, hij moet zijn perspectief binnen het kader van het jouwe verwoorden. Als je zegt ‘Ik hoor je zeggen dat’, moet je gesprekspartner via jouw oren naar zichzelf gaan luisteren. Als je zegt ‘Ik zie dat het je raakt’, moet hij door jouw ogen naar zichzelf gaan kijken. Als je zegt ‘Ik hoor het in je stem’, moet hij door jouw oren naar zijn eigen stem gaan luisteren.Dit heeft het effect dat je gesprekspartner zelfbewust wordt, iets wat vaak gepaard gaat met een negatieve zelfevaluatie (zie ook hier). Als je zegt ‘maar is het dan niet zo dat….’, dan vraag je impliciet dat je gesprekpartner  instemt met jouw perspectief. Als je vraagt ‘gaat het wel goed met je?’ impliceer je dat jij denkt dat het niet goed met hem gaat. Als je zegt ‘ik maak me zorgen om je’, dan draait het gesprek expliciet om jouw bezorgde perspectief.

Bij progressiegerichte gespreksvoering ben je eerlijk. Als je een mening hebt, dan verpak je die niet als vraag, maar leg je uit wat je vindt en waarom dat wat jou betreft relevant en belangrijk is.  Als je geen mening hebt of vindt dat je mening geen rol moet spelen in het gesprek, dan stel je progressiegerichte open vragen, geen suggestieve. Voorbeelden van progressiegerichte open vragen als iemand een probleem ervaart zijn:

  1. wat zou je willen bespreken wil het nuttig voor je zijn?
  2. wat wil je veranderen?
  3. hoe is deze situatie lastig voor je?
  4. wat wil je ervoor in de plaats?
  5. wat weet je al over wat voor je werkt om hiermee goed om te gaan?
  6. wanneer is het je al eens gelukt om naar je tevredenheid om te gaan met een dergelijke lastige situatie?
  7. is dit gesprek nuttig voor je (geweest)?