geen zinEisen stellen aan hoe je kind zich gedraagt past prima in een autonomieondersteunende opvoedstijl. Autonomie ondersteuning is immers niet hetzelfde als laissez-faire, alles goed vinden wat je kind wil en doet. (Realistische) hoge verwachtingen zijn zelfs, mits ze op een niet-autoritaire wijze worden besproken, goed voor het welbevinden van kinderen. Kinderen zijn gebaat bij een duidelijke structuur, waarbinnen zij zich competent kunnen voelen om te voldoen aan de verwachtingen. Dit is een vorm van gedragscontrole, in de zin dat je als ouder duidelijke eisen stelt aan het gedrag van je kind en daarbij uitlegt waarom je dit van je kind verwacht.

Maar psychologische controle heeft een negatief effect op het welbevinden van je kind. Dus het invalideren van de gevoelens en percepties van het kind, geen erkenning geven voor diens perspectief, alleen liefde geven als het kind zich gedraagt zoals je van hem wil en/of liefde onthouden als het kind zich niet gedraagt zoals je van hem wil is een vorm van psychologische controle met negatieve consequenties voor je kind. Die effecten zijn dat je kind wrok tegen je gaat koesteren, slechte emotionele vaardigheden ontwikkelt, onstabiele zelfwaardering en slechte copingskills ontwikkelt.

Dus als je het belangrijk vindt dat je kind leert koken of meehelpt met boodschappen doen, dan is die verwachting omtrent het gedrag van het kind prima passend in een autonomieondersteunende opvoedstijl, maar van je kind eisen dat het leren koken en boodschappen doen leuk vindt en zich schuldig moet voelen als het geen zin heeft in leren koken of boodschappen doen, past daar niet in. Het is niet alleen zo dat je onnodig meer vrijheid wegneemt (niet alleen moet je kind koken, hij moet het nog leuk vinden ook), maar vooral zo dat je een lagere kwaliteit motivatie in je kind stimuleert wanneer je psychologische controle mechanismen toepast. Psychologische controle leidt tot minder autonoom functioneren, en meer geintrojecteerde motivatie (zie ook hier.)