Net als hoop in meerdere of mindere mate aanwezig kan zijn bij een cliënt, kan het gevoel op de juiste koers te zijn ook fluctueren. Het ene moment rapporteert de cliënt dat hij goed op weg is en het volgende moment slaat de twijfel weer toe. Doe ik de juiste dingen? Ben ik de juiste keuzes aan het maken? Doe ik wel wat werkt? Hoe weet ik dan of het goed werkt of niet? Ik gebruik een schaalvraag die aansluit op die fluctuaties door niet zozeer het beoogde resultaat van de verandering maar het proces van de verandering centraal te stellen. De processchaal, heet die schaal. Die schaalvraag ziet er dan zo uit

Op een schaal van 0 tot 10, waarbij 10 staat voor “ik weet dat ik op de goede weg ben”, waar sta je nu? Wat is je al helder? Welke informatie heb je al die je zegt of je op de goede weg bent? Wat zit er al in dat cijfer? Hoe heb je dit cijfer al bereikt? Wat is het hoogste dat je al eens hebt gestaan op die schaal? Wat was er toen duidelijk voor je? Waaraan zou je merken dat je een stapje hoger zou staan op de schaal? Wat is er dan helderder? Wat weet je dan al meer? Welke kleine stap zou je kunnen zetten om nog iets meer te weten te komen of je op de goede weg bent?

De eerste twee vragen helpen om het platform te beschrijven: dit is er allemaal al. Dit zit er al in het cijfer en zo heb ik dat al bereikt. De derde en vierde vraag  helpt om eerdere successen en positieve uitzonderingen op het probleem (de twijfels) te verkennen: dit is het hoogste dat ik al eens stond en dit was er toen duidelijker voor me. De vijfde, zesde en zevende vraag helpen om een klein beetje progressie te visualiseren: wat is er helderder als ik 1 stapje hoger sta, wat weet ik dan beter dan nu? En de laatste vraag helpt om iets te gaan doen om een stapje voorwaarts te maken: een stapje dat helpt om iets beter te weten te komen of je op de goede weg bent.