MaartenMouratidis_et_al_LAID__2012 onderzochten de mate waarin ervaren structuur en het type doelen effectieve leerstrategieën van studenten zou kunnen verklaren. Daarnaast onderzochten ze wat het effect van de ervaren mate van structuur en het type doel was op de beleving van de studenten. Ze onderzochten daarbij zowel de verschillen tussen studenten uit dezelfde klas als tussen studenten uit verschillende klassen.

Waarom is het belangrijk om te kijken naar het effect van structuur en persoonlijke doelen op leerstrategieën en schoolprestaties? De basisbehoefte aan competentie is de reden daarvoor. Ervaren structuur is namelijk gerelateerd aan een gevoel van competentie. En het soort doel dat de student heeft is ook gerelateerd is aan een gevoel van competentie. Het onderzoek naar de rol van structuur op de ervaren competentie is nog beperkt en de relatie tussen de ervaren structuur en het soort doel is al helemaal beperkt. Dus: welke relatie is er tussen het ervaren van structuur in de klas in combinatie met het type doel van de student en de leerstrategie, beleving en prestaties van de student?

Een aantal hypotheses van de onderzoekers waren deze:
1. Studenten die hun docent ervaren als iemand die structuur aanreikt, gebruiken effectievere leerstrategieën en hebben een positievere beleving, waarschijnlijk omdat hun behoefte aan competentie wordt vervuld
2. Leerdoelen en performance-approach doelen zijn positieve predictors van effectieve leerstrategieën en positieve beleving en performance-vermijddoelen zijn een negatieve predictor.
3. Leerdoelen zijn een sterkere positieve predictor voor effectieve leerstrategieën en positieve beleving dan prestatiedoelen, omdat leerdoelen inherent gerelateerd zijn aan intrinsieke motivatie en interesse
4. Studenten in een hoog gestructureerd klasseklimaat ontwikkelen effectievere leerstrategieën dan studenten in een laag gestructureerd klasseklimaat

De uitkomsten uit hun onderzoek waren deze:
1. Als studenten ervaren dat er structuur is in de les, dan biedt dit drie voordelen: er is een positieve relatie tussen ervaren structuur en motivatie om te leren, er is een positieve relatie tussen ervaren structuur en een actieve betrokkenheid bij de les, er is een positieve relatie tussen ervaren structuur en diepgaand leren. Dit effect treedt op omdat een ervaren structuur de basisbehoefte aan competentie vervult. Dit effect treedt met name op wanneer de structuur op een autonomie-ondersteunende manier wordt aangereikt (dus bijvoorbeeld met uitleg van de rationale en erkenning voor het perspectief van de student).
5. Studenten die leerdoelen hebben en in mindere mate studenten die performance-approach doelen hebben leren diepgaander en hebben positievere gevoelens over het leren, dan studenten die prestatievermijddoelen hebben. Je leert diepgaander en plezieriger wanneer je doel bijvoorbeeld is om goed Duits te leren spreken, dan wanneer je doel is een slecht cijfer te omzeilen.
6. Wanneer de student een goede mate van structuur ervaart in de klas, terwijl die student een vermijdingsdoel heeft (vermijden om een laag cijfer te halen), wordt het negatieve effecten op de kwaliteit van het leren en op de beleving gedempt. Dus hoewel het zo is dat een prestatievermijddoel minder goede leerstrategieën tot gevolg heeft dan een leerdoel en ook gepaard gaat met minder positieve beleving, kan het bieden van structuur die negatieve effecten deels opheffen. Dat komt omdat mensen zich competenter voelen als er structuur wordt aangereikt.

Kortom: docenten die structuur aanreiken helpen studenten diepgaand te leren en positieve gevoelens te hebben over het leren. Zeker wanneer ze daarbij leerdoelen aanreiken in plaats van prestatievermijddoelen en wanneer ze geen competitie-element inbrengen in de klas.