Stel dat je deelneemt aan twee verbale vaardigheidstests. De eerste test bestaat deels uit een hele moeilijke en zelfs onoplosbare opgaven. Je hebt dus na afloop het correcte gevoel dat je niet zo goed hebt gepresteerd. Maar na afloop van die eerste test krijg je te horen dat je bij de top 4% van beste presteerders behoort en dat je het dus heel goed hebt gedaan. Je krijgt een inaccuraat compliment.

Tussen de eerste en de tweede test mag je even pauzeren. Je mag kiezen tussen twee soorten kruidenthee. De ene kruidenthee, zo wordt je verteld, zorgt ervoor dat je alert wordt en werkt prestatieversterkend. De andere kruidenthee zorgt ervoor dat je slaperig wordt en werkt prestatie-ondermijnend. Daarnaast mag je even een boekje lezen, dat niets te maken heeft met de verbale vaardigheidstest die je zometeen zult gaan doen of je mag meedoen met een oefensessie die je helpt je voor te bereiden op de tweede vaardigheidstest.

Wat denk je? Welke kruidenthee zul je waarschijnlijk kiezen en kies je voor het oefenen of voor het zinloze boekje?

Het blijkt dat na positieve maar inaccurate feedback mensen meer geneigd zijn om zelf-ondermijnende acties te ondernemen. Ze kiezen significant vaker voor de kruidenthee die ze slaperig maakt en ze kiezen significant vaker voor het lezen van een eenvoudig boekje. Participanten die positieve feedback hadden gekregen die niet correct was, kozen vaker voor de prestatie-ondermijnende kruidenthee (52%) dan participanten die positieve feedback hadden gekregen die wel correct was (26%). Ze kozen ook vaker voor het niet deelnemen aan de oefensessie (64% versus 39%).

Waarom is dat zo? Inaccurate feedback maakt je onzeker en angstig dat je de volgende keer niet weer zo goed zult kunnen presteren. Je weet zelf dat je iets niet zo goed hebt gedaan en krijgt toch overvloedig positieve feedback. Je hebt veel te verliezen en wijt de komende (slechte?) prestatie liever een factoren buiten jezelf, zoals aan kruidenthee en een zinloos boek.

In meerdere boeken over oplossingsgericht werken, zoals in het boek Wonderen die werken staan casebeschrijvingen waarin cliënten allerlei complimenten krijgen, waarvan ik als lezer me afvraag hoe accuraat ze zijn. In het licht van dit onderzoek kun je sterke vraagtekens zetten bij dit soort overvloedige complimenten.

Het onderzoekartikel is getiteld “On being happy, but fearing failure: the effects of mood on self-handicapping strategies” van de onderzoekers Adam Alter en Joseph Forgas.

NOAM: de progressiegerichte aanpak