vertrouwenIn deze post stond een overzicht van wat excellente docenten doen, zodat de positieve impact op het leren van studenten groot is. Hier is een verdere toelichting op het eerste punt: docenten die met elkaar samenwerken.

Het gezamenlijk plannen van lessen is een veelbelovende manier om een positieve impact te hebben op het leren van studenten. Hattie bedoelt met docenten die met elkaar samenwerken specifiek dat docenten met elkaar praten over hoe progressie eruit ziet en hoe ze kunnen weten of de lessen het beoogde effect hebben gehad. De samenwerking is erop gericht om een lesplan te ontwikkelen, een gezamenlijk idee te krijgen over hoe progressie eruit ziet, het gezamenlijk formuleren van leerintenties en van succescriteria en het gezamenlijk aandacht besteden aan de impact op het leren van de student en de docent.

Een effectief manier die hierbij ondersteunend kan zijn is de methode van directe instructie (Hattie, 2009), bestaande uit de volgende stappen:

  1. voor de les wordt voorbereid, moeten de docenten een duidelijk idee hebben wat de leerintenties zijn: wat, specifiek, moet de student kunnen doen, begrijpen, belangrijk vinden als resultaat van de les(sen)?
  2. de docenten moeten weten welke succescriteria er zijn, welke prestaties worden verwacht (wat wordt er wanneer en hoe van de studenten verwacht). Deze succescriteria moeten aan de studenten worden uitgelegd.
  3. de docenten moeten een haakje vinden zodat de aandacht van de studenten wordt getrokken, zodat de studenten de leerintenties begrijpen, omarmen en begrijpen hoe succes er uit ziet. Dit is het bouwen van commitment en betrokkenheid.
  4. de docenten moeten een richtlijn hebben hoe ze de les moet inrichten, met daarbij duidelijkheid over de input die ze geven,de modellen die ze aanreiken en hoe ze kunnen checken of studenten het goed volgen (een goed voorbeeld hiervan is CLIPs: critical learning instructional pathways van Fullan, Hill en Crevola).
  5. Begeleid oefenen. Dit betekent dat de studenten een activiteit of oefening gaan doen onder directe begeleiding van de docenten, waarbij de docenten feedback geven en individueel bijstellen indien nodig.
  6. afsluitende acties en statements. Dat wil zeggen dat de docent de studenten laat merken dat er een belangrijk punt in het leren is bereikt, door te helpen een coherent plaatje te schetsen, te consolideren wat er net is geleerd, om frustratie en verwarring op te heffen en om de belangrijkste leerpunten te bekrachtigen.
  7. individueel oefenen, waarbij het geleerde in een andere context wordt toegepast.

De informatie die docenten met elkaar uitwisselen om die positieve impact te hebben gaat dus over de bereikte progressie van elke student, niet alleen in termen van hun cognitieve vaardigheden maar ook in termen van hun veerkracht, reactie op succes en op falen, zelfvertrouwen en denken.