De adolescentie is een periode waarin de jongere proberen te begrijpen wie ze zijn en maken ze allerlei keuzes voor wat betreft hun toekomstige leven. Om die keuzes goed te kunnen maken heeft de jongere een redelijk goed idee nodig ten aanzien van wat hij wil bereiken (zijn levensdoelen) en welke carrière hij wil gaan volgen (en dus studiekeuze). Deze keuzes bepalen in sterke mate hoe de adolescent zichzelf ziet en evalueert wie hij is. Het hebben van een levensdoel (iets dat betekenisvol voor je is en je wilt bereiken), is een centraal zelforganiserend principe in het leven. Het zorgt ervoor dat je bepaalde doelen kiest en nastreeft, dat je keuzes geleid worden in een bepaalde richting, en dat je gedrag betekenisvol wordt in je eigen ogen. Als mensen niet de perceptie hebben dat wat ze in staat zijn betekenisvol te leven, dan ontwikkelen ze subsitituutbehoeften (zie ook hier). Agressie is een van die reacties die adolescenten kunnen gaan vertonen.

Kuzucu en Simsek onderzochten de relatie tussen de vervulling van de drie psychologische basisbehoeften en agressie in oudere tieners. De onderzoekers onderzochten de medierende rol van het hebben van een levensdoel en een carrièreperspectief in de relatie tussen de vervulling van de psychologische basisbehoeften en agressie. Het bleek dat het hebben van een doel in het leven en het niet weten wat je moet gaan kiezen als carrière volledig de relatie tussen de vervulling van psychologische basisbehoeften en agressie medieerde. Dit onderzoek suggereert dat onbevredigde psychologische basisbehoeften agressie in oudere tieners stimuleert, doordat die deprivatie samengaat met minder duidelijke levensdoelen en besluiteloosheid over de loopbaan.

Als de psychologische basisbehoeften van adolescenten niet goed worden vervuld, dan leidt dat ertoe dat ze minder duidelijk zijn in wat ze willen bereiken in hun leven en in hun carrière. Dat verhoogt vervolgens weer de kans op agressie.

SDT geeft voor hulpverleners die met jongeren werken een belangrijk framework. Het is belangrijk om in een vroegtijdig stadium de jongere te helpen om zicht te krijgen op wat er betekenisvol voor ze is en welke ideeën ze hebben over ze hun werkzame leven willen vormgeven. De jongere goed helpen met het nemen van eigen beslissingen ten aanzien van hoe hij wil leven, welke levensdoelen betekenisvol voor hem zijn en welke keuzes hij wil maken tav zijn studie en werk, plus welke keuzes hij wil maken in de context van al dan niet meedoen met agressie, staat daarbij centraal.