Docenten die autonomie-ondersteunend lesgeven anticiperen en houden rekening met de de interesse van de studenten in de betreffende les. Ze starten hun lessen zo dat de leerlingen nieuwsgierig worden en er een sprankje interesse wakker wordt gemaakt. Gedurende de les voedt de docent die interesse door uitdagingen aan te bieden en aan te sluiten bij de interesse en perceptie van de leerlingen.

Een autonomie ondersteunende lesstijl is zo te herkennen:
1. De docent sluit aan bij het perspectief en referentiekader van de student tijdens zijn instructie en gedurende de hele les
2. De docent nodigt uit, houdt rekening met en benut de gevoelens en inbreng en gedachten en gedragingen van de studenten gedurende de les
3. De docent benut de volgende vijf instructie-manieren

  • Hij maakt de leerlingen nieuwsgierig door de les te starten met een prikkelende vraag of oefening die de innerlijke motivatie die latent aanwezig is wakker maakt
  • Hij geeft een goede reden waarom de les/oefening gedaan wordt, zodat de leerlingen begrijpen wat het nut is van wat ze doen
  • Hij gebruikt niet controlerende taal. Dat is taal die niet beoordelend is, niet evaluatief, maar wel flexibel, vriendelijk en constructief. Dus geen zinnen als “je moet”, “je zult”.
  • Hij is geduldig om leerlingen in hun eigen tempo te laten leren. De autonomie ondersteunende docent begrijpt dat conceptueel en diepgaand leren tijd nodig heeft en dat iedere leerling op zijn eigen tijd bepaalde dingen begrijpt en leert en dat autonomie ondersteuning nodig is om die ontwikkeling te laten plaatsvinden. Onderdrukking en druk zetten op de snelheid van presteren werkt juist contra productief.
  • Hij erkent en accepteert de negatieve gevoelens van leerlingen. Autonomie ondersteunende docenten zien die negatieve gevoelens als signaal dat ze met de studenten iets anders moeten doen om constructief verder te kunnen. Ze onderdrukken de gevoelens niet en schuiven ze niet terzijde, maar nemen ze serieus en zien ze als teken dat ze nog wat meer moeten uitleggen waarom de leerlingen doen wat ze doen, of dat ze nog wat meer moeten vragen hoe de leerlingen verder willen met het onderwerp of nog wat meer nieuwsgierigheid moeten opwekken of nog wat meer moeten erkennen hoe saai de taak is etc.

Autonomie-ondersteunend lesgeven wil niet zeggen dat de docent alles goed vindt en de structuur overboord zet. In tegendeel. De docent biedt juist veel structuur maar legt die structuur goed uit in plaats van hem op een controlerende manier op te leggen.

Een controlerende stijl van lesgeven is zo te herkennen:
1. De docent schrijft de leerling voor hoe de leerling moet denken, zich moet gedragen en zich moet voelen.
2. De docent negeert de gevoelens, de gedachten en de perceptie van de leerling, schuift deze terzijde of onderdrukt deze actief
3. De docent oefent druk uit op de leerling bijvoorbeeld door te zeggen:”volg de regels”, “kijk je werk na”, “doe meer je best”, “wees actiever” en zorgt dat de leerling gehoorzaamt door deadlines te stellen en onderdrukkende taal te gebruiken

Het verschil tussen deze twee lesstijlen voor leerlingen is enorm.

  • leerlingen die autonomie-ondersteunend les krijgen laten een constructieve motivatie zien in de klas. Ze zijn nieuwsgierig, intrinsiek gemotiveerd of ze zien waarde in de les zonder dat ze de stof zo interessant vinden.
  • leerlingen die autonomie-ondersteunend les krijgen laten een grotere betrokkenheid zien bij wat er in de klas gebeurt. Ze zijn aanwezig en dragen actiever bij aan de les.
  • Leerlingen die autonomie-ondersteunend les krijgen laten een gezondere ontwikkeling zien, in termen van creativiteit, zelfwaardering, voorkeur voor optimale uitdagingen
  • Leerlingen die autonomie-ondersteunend les krijgen laten verbeterd leren zien, in termen van conceptueel begrip, diepe informatie verwerking, zelfregulerende gedragingen
  • Leerlingen die autonomie-ondersteunend les krijgen laten betere prestaties zien (hogere cijfers en hogere scores op gestandaardiseerde tests)
  • Leerlingen die autonomie-ondersteunend les krijgen hebben een hoger welbevinden, in termen van psychologisch welbevinden, fysieke gezondheid en vitaliteit.

Dit geldt voor lagere schoolleerlingen, middelbare schoolleerlingen, universiteitsstudenten en leerlingen met beperkingen over de hele wereld.

Tenslotte heeft deze stijl van lesgeven een positief effect op de docent zelf: hij heeft meer voldoening in zijn werk, zijn welbevinden neemt toe en hij floreert (dus ook minder burn-out klachten).

Hoewel het dus echt niet altijd zo gemakkelijk is om als docent autonomie-ondersteunend les te geven, is het wel de moeite waard om hierin te investeren. Uit onderzoek blijkt overigens dat docenten die horen over deze manier van les geven van te voren denken dat het wel te moeilijk zal zijn en niet erg realistisch is, maar dat wanneer ze enkele handvatten krijgen om het te doen het veel eenvoudiger blijkt dan van te voren gedacht en met goed resultaat.

(Reeve & Su, 2014)