cult of personality testingAnnie Murphy Paul schreef het boek The Cult of Personality testing, how personality tests are leading us to miseducate our children, mismanage our companies and misunderstand ourselves. Een indrukwekkend goed onderbouwd boek, waarin een schokkend beeld van cultus van persoonlijkheidstests naar voren komt. De resultaten van de tests zijn maar al te vaak nietszeggendheid en zelfs schadelijk. Annie leidt je in het boek langs de geschiedenis van persoonlijkheidstests. In vogelvlucht:

Rond 1850 zouden de bulten op je schedel kunnen vertellen welke persoonlijkheid je hebt.

Rond 1920 zou je interpretatie van inktvlekken (Rorschach) kunnen aantonen welke persoonlijkheid je hebt. Deze onwetenschappelijke tests werden in 2004 nog honderdduizenden keren gebruikt in Amerikaanse scholen, gevangenissen, het leger. Het lijkt erop dat ze ook nog steeds gebruikt worden in Nederland (terwijl ik in 1987 al op de universiteit leerde dat deze test, evenals de TAT, wetenschappelijke onderbouwing mist).

De MMPI (Minnesota) persoonlijkheidstests, die is historisch is gebaseerd op een handvol psychisch zieke mensen in Minnesota en die door 86% van de klinisch psychologen in Amerika wordt gebruikt en ook in Nederland in gebruik is. Met items zoals ‘Ik ben een agent van God’, ‘Mijn seksleven is bevredigend’ en ‘ik heb eens per maand diarree’ en ‘Alles smaakt hetzelfde’.

De TAT tests, waarbij je interpretatie van plaatjes zou kunnen vertellen welke persoonlijkheid je hebt en je reactie op poppen die ook een licht zou doen schijnen op je persoonlijkheid.

Jung’s archetypen en de losjes daarop gebaseerde onwetenschappelijke MBTI die je zou kunnen vertellen welk persoonlijkheidstype je bent. Over hoe het kan dat zoveel mensen de MBTI zonder enig bewijs van validiteit en betrouwbaarheid klakkeloos accepteren kun je hier meer lezen.

En de Big Five, die ieder mens op de hele wereld (en zelfs ezels en guppies) zou kunnen beschrijven aan de hand van vijf factoren. Over de Big Five kun je hier meer lezen.

Annie Murphy Paul sluit haar indrukwekkend goed onderbouwde boek vrij vertaald en vrij samengevat zo af:

Een x-ray van je persoonlijkheid. Dat is sinds de prille start van de persoonlijkheidstests de favoriete metafoor geweest van de testers. En geen wonder: bij een x-ray denk je aan een precies en krachtig instrument, dat door de oppervlakte heen kan dringen en een plaatje kan maken van wat diep van binnen te zien is.

Maar deze metafoor is een fantasie, een illusie. De realiteit is dat persoonlijkheidstests nog geen fractie beschrijven van complexe mensen. Ze kunnen niet voorspellen hoe we ons zullen gedragen in specifieke rollen of situaties (de correlatie tussen persoonlijkheid en gedrag is slechts 0,3, zoals Mischel in 1968 al aantoonde. Dat betekent dat minder dan 10% van het menselijk gedrag in een situatie verklaard wordt door de persoonlijkheid zoals die uit persoonlijkheidstests komt).

Persoonlijkheidstests kunnen niet voorspellen hoe we zullen veranderen in de loop van ons leven. Maar ze claimen wel dat onze persoonlijkheid in de loop van ons leven niet verandert. Dat onze persoonlijkheid in beton is gegoten. Veel persoonlijkheidstests zoeken naar en vinden psychologische ziektes waar die niet zijn. Veel andere tests voldoen niet aan de wetenschappelijke basiseisen van validiteit en betrouwbaarheid.

De consequenties zijn niet mals. De maatschappij baseert allerlei beslissingen (of je wordt aangenomen voor die baan, of je wordt toegelaten tot die studie, gerechtelijke uitspraken en uitspraken over je psychische gezondheid en ga zo maar door), op uiterst gebrekkige informatie. Als er al iemand baat heeft bij persoonlijkheidstests dan zijn het de instituten en organisaties die efficiency en gemak kopen ten koste van onze privacy en waardigheid. Persoonlijkheidstests die intieme antwoorden van ons eisen en ons simpele labels opplakken, waarna de testpsychologen met een eenvoudig schouderophalen naar de testresultaten kunnen verwijzen om fundamentele beslissingen over onze toekomst te maken.

Maar het meest schadelijk is misschien nog wel het effect dat persoonlijkheidstests op onszelf hebben: op hoe we anderen en onszelf denken te begrijpen. Het is natuurlijk veel gemakkelijker om een steriel label te onthouden dan om een complex mens van vlees en bloed daadwerkelijk te leren kennen. Tegenwoordig worden persoonlijkheidstests ingezet als ice breaker in organisaties, klassen en in coachingssessies. En velen denken dat ze een leuke manier van in gesprek komen zijn, zonder schade te berokkenen. Maar we moeten nooit onderschatten dat tests en labels die daaruit voortvloeien de neiging hebben om een eigen werkelijkheid en waarheid te worden.

Als we willen dat mensen elkaar leren kennen, dan is het beter om met elkaar te gaan praten dan om elkaar een label op te plakken. Dat vraagt meer nieuwsgierigheid en meer echte aandacht voor het verhaal van de ander. Het praten over belangrijke levensmomenten en hoe die je gevormd hebben tot wie je nu bent is nu eenmaal wat complexer dan het plakken van een eenvoudig label na het beantwoorden van een paar simpele vragen. Maar uiteindelijk heb je dan wel een beter idee van iemand gekregen dan een diagnose die lijkt op een veredelde horoscoop.