Een veelbelovend onderzoeksgebied is dat van de epigenetica. Als een verandering in de omgeving een blijvende biologische consequentie heeft die voortduurt tot lang nadat de gebeurtenis heeft plaatsgevonden, dan zien we een epigenetisch effect in actie. Als wetenschappers het hebben over epigenetics dan hebben ze het over alle gevallen waarin de genetische code (DNA) niet voldoende is om te beschrijven wat er aan het gebeuren is. Op moleculair niveau kan epigenetica worden beschreven als de set van modificaties van ons genetisch materiaal die de manier waarop genen “aan” of “uit” worden gezet veranderen maar die niet de genen zelf veranderen. Genen hebben simpel gezegd een “aan-” en “uit”knop. Als de knop op uit staat is het gen er in potentie nog steeds, alleen het gen is niet actief en heeft geen effect. Maar wat als we de “aanknop” van een gen kunnen vinden? Kunnen we dan ziektes genezen, zoals autisme en leerstoornissen?

Dat is inderdaad waar de epigenetica toe kan leiden. Eén voorbeeld. Adrian Bird creëerde een muis die een belangrijk gen miste, het Mecp2-gen. Daarnaast creeerde hij een andere muis die het Mecp2-gen wel had, maar het gen stond op “ uit”. De muis met het slapende gen en de muis met het ontbrekende gen bleven stilletjes in hun omgeving zitten en exploreerden hun omgeving niet. Maar toen gaf Bird de muis met het gen dat op “ uit”  stond een onschuldige chemische stof. Die stof zorgde ervoor dat het Mecp2-gen “aan” ging. De muis werd een normale, nieuwsgierige muis. Dit soort resultaten geeft hoop voor de genezing van mentale achterstandsziekten. Immers het gen is er wel, maar staat op uit. Als we dus een manier vinden om aanknop van het gen te vinden zijn ziektes als autisme e.d. wellicht te genezen.