youyan nieIs het verstandig om in de klas een competitief klimaat te creëren? Of is het beter om een klassenklimaat te creëren waarin er een focus is op meesterschap, dus op beter worden in de taak en op leren? En hoe meet je dan wat beter is? Dat onderzocht Youyan Nie (chp_10.1007_978-981-287-630-0_14) bij duizenden kinderen op middelbare scholen in Singapore.

Uit meta-analyses naar de effectiviteit van leerdoelen en prestatiedoelen blijkt dat leerdoelen beter werken dan prestatiedoelen, maar dat een specifiek soort prestatiedoel (namelijk het prestatiestreefdoel) ook goed kan werken als de student er zelf voor heeft gekozen om beter te willen presteren dan iemand anders (zie ook hier).

De onderzoekers noemen een klassenklimaat waarin competitie wordt aangemoedigd een klas met een prestatiedoelstructuur. In een dergelijk klassenklimaat legt de docent de nadruk erop dat het belangrijk is om je aan te tonen wat je kan en dat je hogere cijfers haalt dan je medeklasgenoten. Een klassenklimaat waarin meesterschap wordt aangemoedigd is een klas met een leerdoelstructuur. In een dergelijke klas legt de docent de nadruk op leren en op het steeds beter uitvoeren van een taak.

Welk effect heeft het klassenklimaat dat de docent schept op de leerlingen in die klas? De onderzoekers namen maar liefst negen variabelen in ogenschouw in dit onderzoek. Vijf gunstige motivationele constructen en vier ongunstige. De vijf gunstige waren:

  • Betrokkenheid: aandacht, inspanning en participatie
  • Self-efficacy: overtuiging ten aanzien van de mogelijkheid het vak te kunnen leren
  • Interesse: intrinsieke motivatie en plezier
  • Leerdoelorientatie: de mate waarin de student focust op het leren van nieuwe vaardigheden en verbeteren van huidige vaardigheden
  • Prestatiestreefdoelorientatie: mate waarin de student focust op demonstreren dat ze capabeler zijn dan andere leerlingen

De vier ongunstige waren:

  • Vermijden als copingmechanisme: de neiging om het op te geven als het moeilijk wordt
  • Stoppen met inspanning leveren: het minimaliseren van je inspanning
  • Prestatievermijddoel: het proberen te vermijden om dommer te lijken dan klasgenoten
  • Faalangst: negatieve gevoelens en angst om slecht te presteren en je zorgen maken over je prestaties

De resultaten van dit onderzoek waren consistent en overtuigend. Een klassenklimaat waarin meesterschap wordt gestimuleerd (dus met een nadruk op leerdoelen) was positief gerelateerd aan self-efficacy, interesse en plezier in het vak, leerdoeloriëntatie en prestatiestreefdoelorientatie en betrokkenheid. Een klassenklimaat waarin een prestatiedoelstructuur prevaleerde hing samen met ongunstige motivationele effecten, waaronder minder betrokkenheid en opgeven wanneer het moeilijk werd en een vermijddoelorientatie.

Zelfs in sterk competitieve maatschappijen zoals Singapore zijn studenten dus gebaat bij een klassenklimaat waarin leerdoelen worden aangereikt.