Zelfregulatie is het proces waarin mensen hun capaciteiten organiseren en managen met het oog op het bereiken van een gewenste toekomstige situatie. Dus ze sturen hun gedachten, hun emoties, hun gedrag en hun sociaal-contextuele omgeving. De zelfdeterminatietheorie geeft veel inzicht in het ‘waarom’ en ‘wat’ van zelfregulatie.

Zo bestaat er autonome zelfregulatie, wat wil zeggen dat een student zelf regulatie toepast omdat de activiteit interessant of belangrijk voor hem is. Dit type zelfregulatie kenmerkt zich doordat de student zichzelf reguleert uit eigen vrije wil en keuze. Dit type zelfregulatie is geassocieerd met autonome motivatie. De student ervaart een interne locus of causality, dat wil zeggen dat hij ervaart dat hijzelf de veroorzaker is van zijn acties en dat de acties congruent zijn met en gereguleerd zijn door hemzelf. De perceptie van keuzevrijheid betekent dat de student het idee heeft dat hij voortdurend flexibiliteit heeft om te kiezen wat hij wil doen, hoe hij het wil doen en of hij het wil doen.

Een bron van autonome zelfregulatie is intrinsieke motivatie. Docenten hebben de mogelijkheid de intrinsieke motivatie van studenten faciliteren vanwege het feit dat leren interessant en plezierig en leuk kan zijn. Als docenten studenten de mogelijkheid geven om zelf te kiezen, optimale uitdaging bieden en competentie-ondersteunende feedback geven dan versterkt dit de intrinsieke motivatie van studenten. Het ondersteunen van de intrinsieke motivatie betekent dat de docent inspeelt op de psychologische basisbehoeften van de student en ervaringen mogelijk maakt waarin de student zich autonoom en competent kan voelen. Leerervaringen organiseren die verrijkend en interessant zijn en die relevant zijn voor het leven van de student versterkt ook de intrinsieke motivatie. Intrinsieke motivatie is de brandstof van betrokkenheid en diepgaand leren. Daarnaast ervaart de intrinsiek gemotiveerde student wat het betekent om de oorsprong te zijn van het eigen gedrag in plaats van een pion die wordt beheerst door autoritaire docenten en ouders.  Intrinsiek gemotiveerde studenten leren hoe het is om zelf optimale uitdagingen op te zoeken, ervan te genieten en meesterschap te verwerven. Ze ervaren hoe het is om in harmonie te leven met hun interesses en waarden. Dat is in de kern ‘leren te leren’.

Een tweede belangrijke bron van autonome zelfregulatie is wanneer de student de activiteit belangrijk of waardevol vindt. Autonome zelfregulatie kan in verschillende mate aanwezig zijn. De mate waarin de zelfregulatie autonoom is (dus vanuit het individu zelf komt) kun je beschrijven aan de hand van het internalisatie en integratieproces. Internalisatie refereert aan het proces waardoor een individu externe voorschriften en doelen transformeert in een intern onderschreven en gewaardeerd voorschrift en doel. Integratie refereert aan de ervaring van het individu waarbij de geïnternaliseerde regulatie volledig en coherent is geassimileerd in diens zelf. Het gedrag komt bij internalisatie en integratie steeds meer van binnenuit het individu. Bij geïdentificeerde regulatie heeft de student zich geïdentificeerd met de waarde van een activiteit en heeft persoonlijke verantwoordelijkheid genomen voor zijn regulatie. Bij geïntegreerde regulatie is de regulatie volledig onderdeel geworden van het ware zelf, de identificatie is volledig geïntegreerd met andere aspecten van het zelf.

Trainingen progressiegericht werken