In onze trainingen leidinggeven en coachen gaan deelnemers vaak ook nadenken over de manier waarop zij hun kinderen opvoeden. Een logisch gevolg, want de progressiegerichte manier van denken en handelen is net zo relevant voor werksituaties als voor privésituaties, en de relatie met onze naasten is waarschijnlijk voor de meesten nog belangrijker dan die met onze collega’s. In dit artikel adresseer ik daarom een aantal dimensies van progressiegericht opvoeden.

Vervul de psychologische basisbehoeften van je kind

Je kind heeft, net als alle andere mensen, behoefte aan verbondenheid, competentie en autonomie. Als de psychologische basisbehoeften van mensen worden vervuld dan leidt dit tot welbevinden en autonoom functioneren.

  1. Je kunt de behoefte aan verbondenheid van je kind vervullen door onconditionele liefde te geven, dat betekent dat je laat merken dat je van het kind blijft houden onafhankelijk van zijn gedrag. Respect hebben voor de gevoelens van het kind en erkenning geven voor positieve en negatieve gevoelens versterkt ook de perceptie van verbondenheid van je kind met jou. Tijd en aandacht besteden aan de dingen die je kind belangrijk vindt.
  2. Je kunt de behoefte aan competentie vervullen door je kind dingen te laten doen die het aankan en door interessante uitdagingen te geven aan je kind. Daarnaast is het bieden van structuur belangrijk voor de perceptie van je kind dat het in staat is om te doen wat er van hem wordt verwacht.
  3. Je kunt de behoefte aan autonomie van je kind vervullen door je kind te helpen met het maken van zijn eigen keuzes, door een duidelijke reden en uitleg te geven wanneer je iets van hem verwacht, door hem zoveel mogelijk zijn eigen manier te laten vinden om te voldoen aan die verwachtingen, door een respectvolle en vriendelijke manier van communiceren, door het bij voorkeur vermijden van straffen en beloningen.

Faciliteer het internaliseringsproces van waarden en gedragingen

Er zijn ongetwijfeld waarden die je graag wilt overbrengen op je kind (eenvoudige dingen zoals het belang van het delen van eten en speelgoed of respect hebben voor andersman bezit en gevoelens en ga zo maar door). Door zelf een voorbeeld te zijn van de waarden die je van belang vindt, help je het kind om die specifieke waarden normaal te gaan vinden. Door vriendelijke en duidelijk te communiceren over het belang van de gedragingen en waarden, uitleg te geven aan je kind als de specifieke waarden aan de orde zijn en te waarderen wanneer het kind de betreffende waarden laat zien in zijn gedrag help je het kind om die waarden een deel te laten worden van zijn eigen waardensysteem. Belonen, straffen en autoritair afdwingen van de waarden staat die internalisatie juist in de weg, het kind maakt zich de waarden dan niet eigen en voert het gedrag alleen uit vanwege externe en interne druk. Zie ook hier en hier.

Stimuleer een groeimindset bij je kind

Enthousiast omarmen van leersituaties, fouten en falen zien als normaal onderdeel van leren, je kind uitdagende taken geven, zelf steeds blijven leren en ontwikkelen, durven toegeven dat je fouten maakt ook ten aanzien van je reacties op je kind, het geven van procesgerichte feedback in plaats van persoonsgerichte/eigenschapsgerichte feedback, een link leggen tussen inspanning en resultaat, leerdoelen aanreiken in plaats van prestatiedoelen  en het vermijden van een focus op talent stimuleert een groeimindset bij je kind. En een groeimindset leidt tot beter leren, beter presteren, beter samenwerken en floreren tijdens het leren van moeilijke dingen.

Kies je ouderlijke betrokkenheid bij schoolwerk wijs

De meeste ouders zoeken naar een manier om betrokken te zijn bij het schoolleven van hun kind zodat het kind het goed doet op school. Het type ouderlijke betrokkenheid dat leidt tot goede schoolprestaties kun je hier lezen. Veel ouders denken dat het goed werkt om hun kind even onder druk te zetten, zodat het vervolgens zelf de waarde leert zien van school. Maar dat is niet hoe het werkt, zoals je hier en  hier en hier kunt lezen. En hier vind je tips voor in de spannende examentijd.

Volg de autonomiebehoefte van je kind

Je kind is vaak aan grotere vrijheid en autonomie toe dan ouders zich realiseren. Door goed op te letten merk je wanneer je kind toe is aan het zetten van de volgende stap in het maken van zijn eigen keuzes. De pubertijd is een periode waarin dit proces razendsnel kan verlopen. Goed aansluiten op de toegenomen autonomiebehoefte is behoud van de goede relatie met je kind. Ook ‘probleemjongeren‘  hebben behoefte aan autonomieondersteuning en functioneren beter wanneer zij dat ervaren.

Help je kind intrinsieke aspiraties te kiezen

Welke levensdoelen je kind kiest heeft een sterk effect op hoe gelukkig je kind is en wordt. Stimuleer het kiezen van intrinsieke doelen in plaats van extrinsieke, zoals je hier kunt lezen. Ieder kind is gemotiveerd om dingen te doen die haar interesseren. Intrinsieke motivatie is een hoge kwaliteit van motivatie en is goed voor het welbevinden van je kind. Je kunt faciliteren dat je kind bezig kan zijn met haar interesses en steeds meer leert ontdekken over het onderwerp van  haar interesses door materialen (boeken, films, uitstapjes, studiekeuze) en vragen te stellen en aandacht te schenken aan de interesses van je kind. Zo kan je kind een expert worden op et gebied dat haar interesseert. Naast intrinsieke motivatie is geinternaliseerde extrinsieke motivatie ook een belangrijke hoge kwaliteit van motivatie, en die vorm is regelmatig zelfs belangrijker voor goed presteren en welbevinden.

Reguleer je eigen emoties

Als je eens iets onhandigs hebt gezegd of gedaan, je bent enorm boos geworden en bent autoritair opgetreden bijvoorbeeld, wees dan bereid om je fout toe te geven en je te verontschuldigen ten opzichte van je kind. En als je merkt dat je irritatie aan het groeien is, neem dan even een time out om te kalmeren voordat je iets zegt of doet. Zo hoorde ik het voorbeeld van iemand die voor de zoveelste keer thuis kwam na een werkdag om zijn zoon alweer voor de TV aan te treffen. De vader deed zijn mond al open om zijn zoon aan te sporen nou EINDELIJK eens iets aan school te gaan doen, maar beheerste zich. Hij stapte zijn auto weer in en reed een blokje om. Hij bedacht in die tijd hoe hij met zijn zoon om wilde gaan. Hij besloot om te willen begrijpen wat er in zijn zoon omging en om de keuzes die zijn zoon maakte te willen leren snappen. Toen hij weer thuis kwam vroeg hij zijn zoon of hij even tijd had om te praten. Zijn zoon ging met hem naar de serre. Daar vroeg zijn vader hem:’Je zit nu in VWO 3 he…wat was destijd je overweging om voor het VWO te kiezen?’ De zoon dacht na en na een tijdje zei hij:’Omdat ik gymnasium echt niet leuk vind en omdat ik wel naar de universiteit toe wil later om arts te kunnen worden’. De vader stelde allemaal onderzoekende vragen, bedoeld om zijn zoons perspectief goed te leren begrijpen. Hij gaf erkenning voor de gevoelens van zijn zoon en voor het feit dat zijn zoon school vaak enorm vrijheidsbeperkend en saai vond. Na tien minuten stond zijn zoon op en liep naar de eetkamertafel en pakte zijn studieboeken erbij en ging aan zijn huiswerk.