liesbethMomenteel geven wij een incompany training progressiegericht leidinggeven bij Landstede. Een van de deelnemers aan die training is Liesbeth Ruinemans. In Doepark Nooterhof spreek ik haar, ze is projectleider van het Feuerstein Kenniscentrum, dat onderdeel is van de Landstede Groep. In september 2016 gaat het Feuerstein Kenniscentrum een nieuwe fase in.

Liesbeth is aan het woord:

“Binnen Landstede hebben we aandacht voor hoe mensen leren. Met de vraag: hoe kunnen we onze studenten zo optimaal en actief mogelijk laten leren? Hoe bevorderen we de motivatie om te leren? En ook met de vraag: hoe blijven we zelf als docenten en als onderwijsprofessionals leren? Bij het Feuerstein Kenniscentrum zijn we erop gericht om kennis over hoe mensen leren, het begeleiden van het leren, en hoe je zelf invloed hebt op hoe je leert ter beschikking te stellen. Met als doel dat studenten, ook al hebben ze nu misschien last van bepaalde cognitieve beperkingen, uiteindelijk kunnen worden wat ze willen worden. Omdat ze hun diploma hebben gehaald, dat past bij hun capaciteiten en leervermogen.

Overtuiging: ik kan altijd verbeteren en ik kan jou helpen om te verbeteren

Uiteraard is het Feuerstein Kenniscentrum gebaseerd op de inzichten van Feuerstein. Maar ook op het werk van bijvoorbeeld Carol Dweck, dat al langer zijn plek heeft gevonden binnen Landstede. Even wat achtergrond over Feuerstein. Een professor, uit Israël die in Geneve bij Piaget heeft gestudeerd en voor hem heeft gewerkt. Hij kwam op een bepaald moment tot de conclusie dat de ontwikkelingsstadia van Piaget helemaal niet zo statisch waren. Feuerstein werd hiermee al vlak na de tweede wereldoorlog geconfronteerd, toen er vanuit allerlei kanten van de wereld mensen naar Israël kwamen. Hij werkte dit met professor André Rey en anderen van de Universiteit van Geneve verder uit begin jaren ’50, toen hij in Frankrijk directeur was van centra die de emigratie naar Israël begeleidden. Mensen met een oorlogsverleden, mensen met een trauma en mensen die deels geen scholing gehad hadden. Het was Feuerstein’s taak om al die mensen onder te brengen in de juiste setting, zodat ze weer gingen leren en zich ontwikkelen. Dat was ook zijn sterke intentie.

Maar toen hij mensen met standaard intelligentietests ging testen, scoorden ze over het algemeen laag. IQ ‘s van 80 waren meer regel dan uitzondering. Hij kon zich niet voorstellen dat dit echt het geval zou zijn. Dus hij ging tests anders inzetten, namelijk dynamisch. In plaats van dat hij het assessment gebruikte om een beoordeling te geven van een absoluut niveau, ging hij de persoon helpen, zodat die persoon tijdens het assessment aan het leren was. En daarna keek hij dan weer wat er veranderd  was, dus wat de persoon had geleerd van dat proces. Zo testte hij leerpotentie. En dat is veel interessanter, dan dat je geoormerkt wordt met een absolute score van je niveau op een bepaald moment. Hij wilde niet geloven dat de stadia van Piaget ertoe zouden leiden dat mensen zich in een later stadium niet meer zouden kunnen herstellen en ontwikkelen. Hij geloofde dat iemand zich ook in andere fasen nog steeds zou kunnen ontwikkelen en vormen. Daar is dan wel extra inzet en begeleiding voor nodig: mediatie.

Feuerstein zag dat leerproblemen die mensen hadden te maken hadden met cognitieve functies die niet goed werkten. Hij ging onder meer  kijken naar verschillende stadia bij het leren en denken.  Het verwerven van informatie, het verwerken van informatie, en uiteindelijk het presenteren van resultaten.  Wat is daarvoor nodig, zoals waarnemen, vergelijken, oriëntatie in de ruimte, oriëntatie in de tijd, verbanden en zien en leggen, logisch denken, hypothese maken en testen, een oplossing begrijpelijk communiceren enzovoort. In een latere fase ging hij voor elk van die cognitieve functies een aanpak ontwikkelen. Dat betekent dat hij ging bedenken hoe je iemand het beste kunt helpen cognitieve functies te verbeteren. Aanvankelijk bedoeld voor mensen die door gebrekkige cognitieve functies worden beperkt in hun mogelijkheden. Daarna voor iedereen.  Hij ontwikkelde een veertiental instrumenten met werkbladen ter ondersteuning. Cruciaal is onder ander het vorm geven aan de transfer naar school, naar thuissituaties, naar de praktijk enzovoort. Die transfer draait om de vraag: hoe kun je de vaardigheid gebruiken in je dagelijks leven? Hoe kun je bijvoorbeeld je oriëntatie in tijd en ruimte praktisch gebruiken als je moet oppassen, een feestje moet organiseren, boodschappen moet doen, een reis plannen, werk organiseren en ga zo maar door. Want pas als je die transfer maakt en kunt maken, vergroot  je de zinvolheid van wat je leert en vergroot je je leervermogen. Dan ervaar je ook dat je grip krijgt op wat je leert en wil je je ook verder ontwikkelen, want dan heb je er wat aan. Feuerstein ging ervan uit dat mensen ontwikkelbaar zijn, dat iedereen kan leren en dat je individueel moet kijken hoe dat leerproces voor die persoon het beste vorm kan krijgen.

Binnen Landstede heeft Carol Dweck met haar inzichten al langer een plek van betekenis. Carol Dweck’s groeimindset sluit goed aan bij Feuerstein’s ideeën. De plasticiteit van het brein was vanaf het begin de jaren ’50 bij Feuerstein al een gegeven (of toen nog meer een intuïtie). Intussen zijn we in staat om met MRI-scans en andere technieken die plasticiteit van het brein aan te tonen, te laten zien. Ook voor Dweck is de ontwikkelbaarheid van het brein uitgangspunt. Voor beiden is IQ geen vaststaand gegeven.

Het Feuerstein Kenniscentrum: een platform voor Nederland

Het Feuerstein Kenniscentrum is een Nederlands platform, is licentiehouder van de Feuersteinmethodiek.  Dat betekent dat wij met Feuerstein’s concepten, lesmaterialen kunnen werken, leervermogenonderzoek kunnen doen en met materialen kunnen werken om te remediëren. Er zijn bij ons instituut nu tien mensen geschoold die anderen mogen opleiden en de materialen mogen inzetten. In onze eigen organisatie zijn we al langer bezig om de  mindset van groei en ontwikkeling bekend te maken en te stimuleren en ook om hulp te bieden als docenten met studenten tegen huidige beperkingen aanlopen. Dan hebben wij expertise in huis die docenten op kunnen doen om hun leerlingen te mediëren. Een van de resultaten daarvan is dat de energie bij de docent en bij de student groter wordt en het zweet niet op de rug van de docent staat, maar op de rug van de student. Die komt steeds meer in de lead om zijn beperking te verhelpen of te compenseren, zodat hij kan worden wat hij wil worden. Dat hij het diploma heeft gehaald dat bij zijn capaciteiten en leervermogen past.

Het Feuerstein Kenniscentrum, dat nu nog alleen binnen Landstede heel actief is, treedt vanaf september 2016 naar buiten voor heel Nederland. Het Feuerstein Kenniscentrum draagt uit dat Feuerstein niet alleen bruikbaar is in 1-op-1 interacties en niet alleen bij mensen met een cognitieve beperking, maar dat zijn visie en aanpak voor iedereen die wil leren bruikbaar is. We hebben onderwijsmateriaal ontwikkeld waarmee studenten op een actieve manier leren, niet zozeer met een focus op boeken en lezen maar door samen te werken, mensen op te zoeken die kennis en ervaring hebben, te kijken hoe die mensen werken etcetera. In het MBO is er in het algemeen toch nog veel sprake van leren aan de hand van boeken. Maar de lesaanpak die wij hebben gemaakt, waarin breinfitness en actieve werkvormen de basis zijn, maakt dat studenten heel actief zelf vorm geven aan hun leerproces. Ze worden zich bewust dat er zogenaamde geitenpaadjes ontwikkeld moeten worden in hun brein en dat veel oefenen en bezig zijn daartoe leidt. En dat een geitenpaadje weer de mogelijkheid heeft om een straat of zelfs snelweg te worden. Dus wat ik hier bij NOAM Center for Progress in de Nooterhof leer in de training ’progressiegericht leidinggeven’  sluit daar zo mooi op aan, daar word ik helemaal enthousiast van.

Een voorbeeld? Een student had flinke planningsproblemen, hij kwam er helemaal niet uit. Gewoonlijk zou een docent vertellen hoe je moet plannen, hoe je een planning moet maken, methodes aanreiken aan de hand waarvan de student moet leren plannen. Maar deze student had het allemaal al gehoord en niks werkte voor hem. Via de Feuersteinmethode kijk je naar wat werkt voor de student zelf, in plaats van dat de student een standaard manier moet leren of een slechte beoordeling krijgt omdat hij niet kan plannen. De docent ging onderzoeken met de student waar zijn autonome motivatie lag en wat voor hem werkte om te leren plannen. Het gaat erom dat de student stapjes neemt om te leren wat hij nog niet kan. Dat betekent ook inzoomen op wat je nu nog niet kan en gebruiken wat je al wel kan om zo te verbeteren wat nog ingewikkeld voor je is. We zitten met onze mediatieaanpak altijd in de zone van de naaste ontwikkeling. Dit kan de student al en dit is het vervolgstapje. Zo leren betekent altijd een beetje schuren, maar je komt er op die manier wel steeds verder mee.

We hebben lesmateriaal gemaakt waarin Dweck’s groeimindset en Feuerstein’s ideeën vorm krijgen. De leerlingen ontdekken door oefeningen dat de hersenen plastisch zijn, dat zij hun hersenen kunnen trainen en ontwikkelen. Zij geven aan waarom het belangrijk is te geloven in die ontwikkeling. Zij leggen de relatie naar de leervaardigheden die nodig zijn bij het leren. Daar besteden zij vervolgens specifiek aandacht aan. Dat is een klein maar significant voorbeeld van hoe studenten van de 21ste eeuw moeten kunnen vormgeven aan het leren van nieuwe vaardigheden. We leiden mensen immers niet op voor een functie, die over 10, 20 of 30 jaar wellicht helemaal niet meer bestaat, maar we moeten ze vaardigheden leren en (meta) cognitieve strategieën leren waarmee ze zelf in staat zijn steeds flexibel nieuwe vaardigheden te kunnen leren. Baas te kunnen zijn over hun eigen ontwikkeling en vorming. Dus wordt de vraag belangrijk: hoe leer je iets nieuws? In de veranderende maatschappij moet je immers zelf regulerend kunnen ontwikkelen, innovatief en open naar nieuwe problemen kunnen kijken en niet alleen maar blijven doen wat je al kon, omdat je te bang bent om nieuwe stappen te zetten of niet weet hoe je nieuwe stappen moet zetten.

Het is voor docenten daarbij best lastig dat er zo’n focus is op ‘meten is weten’ en op CITO scores. We willen als Kenniscentrum aangeven dat het proces minstens zo belangrijk is als het resultaat, dat er een sterkere focus mag zijn op ontwikkeling en groei, die stapsgewijs gaat. Dat die focus veel belangrijker is dan de focus op hoge scores op een bepaald moment. De resultaten worden immers beter als je je richt op een goed leerproces, daar moet je wel de tijd voor krijgen en nemen.

Oproep

Ter afsluiting doe ik heel graag de volgende oproep. Het Feuerstein Kenniscentrum wil graag met een school een pilot starten om met de methode van Feuerstein en de inzichten van Dweck aan de slag te gaan, om docenten gericht te scholen in ‘leren leren’ en ‘leren denken’. Dus scholen die interesse hebben om daar eens over van gedachten te wisselen, kunnen contact met mij opnemen: Liesbeth Ruinemans lruinemans@landstede.nl of met het Feuerstein Kenniscentrum info@feuersteinkenniscentrum.nl